BTW landbouwregeling/ veehandelsregeling afgeschaft per 1 januari 2018

De impact op de BTW administratie is groot!
Tijdens Prinsjesdag 2017 heeft het demissionaire kabinet het wetsvoorstel ingediend om de BTW landbouwregeling in de Wet OB met ingang van 1 januari 2018 af te schaffen. Daarmee vervalt ook de veehandelsregeling en toepassing van het lage BTW tarief voor diverse leveringen en diensten aan agrarische ondernemers. Wat betekent dit straks voor de landbouwer en veehandelaar?
19 okt 2017 mr. Carola van Vilsteren

Werking BTW landbouwregeling

Landbouwers, bosbouwers, tuinbouwers en veehouders zijn onder de huidige wetgeving vrijgesteld van BTW en hebben geen recht op aftrek van BTW. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor contracttelers, contractmesters, zelfkazende boeren en hobbyboeren. Wel kunnen deze agrarische ondernemers opteren voor BTW heffing. Indien geopteerd wordt voor BTW heffing bestaat ook recht op aftrek van BTW. Bij levering door een BTW vrijgestelde agrariër aan BTW belaste afnemers van agrarische producten en diensten kan de afnemer 5,4% van het aan hem in rekening gebrachte als BTW voorbelasting in aftrek brengen. Daarvoor moet de afnemer wel beschikken over een landbouwverklaring.

Werking BTW veehandelsregeling

Voor veehandelaren geldt dat zij belast zijn met BTW, maar zij kunnen juist verzoeken om zoals de landbouwer BTW vrijgesteld te zijn. De BTW veehandelsregeling mag worden toegepast op de levering van vee dat bestemd is voor menselijke consumptie maar is daartoe voor de paardenhandelaar niet beperkt. De veehandelsregeling geldt voor de verkoop van alle soorten paarden. Bij de levering van vee door een BTW vrijgestelde veehandelaar aan ondernemers die het vee be- of verwerken en aan BTW belaste agrariërs/ veehandelaren kan de afnemer 5,4% van het aan hem in rekening gebrachte als BTW voorbelasting in aftrek brengen. Daarvoor moet de afnemer wel beschikken over een veehandelsverklaring.

Gevolgen afschaffing BTW landbouwregeling/ veehandelsregeling

De afschaffing van de landbouwregeling en veehandelsregeling heeft consequenties voor de agrarische ondernemers die nog niet geopteerd hadden voor toepassing van de gewone BTW-regels en de veehandelaren die ervoor gekozen hebben buiten de BTW te blijven. Voor de leesbaarheid spreken wij hierna van agrarische ondernemers. Met name de agrarische ondernemers die in het verleden grote investeringen hebben gedaan zullen in de BTW zitten om zo BTW terug te kunnen vragen. Hierdoor zullen vooral de kleinere agrarische ondernemers zoals de hobbyboeren getroffen worden door de afschaffing van de landbouwregeling. Door afschaffing van de landbouwregeling zijn de agrarische ondernemers voor leveringen en diensten die plaatsvinden in 2018 verplicht BTW in rekening te brengen aan hun afnemer en vervalt de forfaitaire teruggave van 5,4% BTW aan de BTW belaste afnemer.

Administratieve lasten/ factuurvereisten

Agrarische ondernemers zullen vanaf 1 januari 2018 een BTW administratie moeten bijhouden en BTW aangifte moeten doen.  Uit de administratie moet blijken hoeveel BTW betaald moet worden en hoeveel BTW aan de Belastingdienst teruggevraagd kan worden.

Omdat de agrarische ondernemer er zelf voor moet zorgen dat aan de BTW-verplichtingen wordt voldaan moet de agrarische ondernemer de Belastingdienst verzoeken met ingang van 1 januari 2018 BTW-aangiften uit te reiken. Uitgangspunt is dat per kwartaal BTW aangifte gedaan moet worden. Een jaaraangifte is onder voorwaarden toegestaan.

Zowel de verkoop facturen als de inkoopfacturen moeten aan de factuurvereisten voor de BTW voldoen. Voor een verkoopfactuur die niet aan de factuurvereisten voldoet kan een boete van € 5.278 per factuur worden opgelegd. Indien een inkoopfactuur niet aan de factuurvereisten voldoet kan het recht op aftrek van BTW worden geweigerd.

Kleine ondernemersregeling

De agrarische ondernemer die verwacht per jaar minder dan € 1.883 aan BTW te betalen komt in aanmerking voor de Kleine Ondernemersregeling (KOR). De KOR kan alleen worden toegepast door ondernemers die hun onderneming drijven in de vorm van een eenmanszaak of samenwerkingsverband van natuurlijke personen, zoals vennootschap onder firma of maatschap. Ondernemers die in een jaar € 1.345 of minder BTW verschuldigd zijn kunnen ontheffing van administratieve verplichtingen aanvragen bij de Belastingdienst. Er hoeft dan geen BTW aangifte meer te worden gedaan en er mogen geen facturen met BTW worden uitgereikt. Gevolg is wel dat er geen BTW meer in aftrek kan worden gebracht. Of een verzoek om ontheffing interessant is moet dus berekend worden. Van belang daarbij is dat vanaf 1 januari 2018 op de inkoop van agrarische diensten 21% BTW verschuldigd is in plaats van het lage BTW-tarief. Hierdoor is een verzoek om ontheffing van administratieve verplichtingen minder snel interessant.

Voor het jaar 2018 moet het verzoek om ontheffing in 2017 ingediend worden. Indien sprake is van een gebroken boekjaar van bijvoorbeeld 1 mei tot en met 30 april moet vóór 1 mei 2018 een ontheffing van administratieve verplichtingen worden aangevraagd. Voor de periode 1 januari 2018 tot en met 30 april 2018 moet dan nog wel BTW aangifte worden gedaan. Mogelijk komt de wetgever op dit gebied nog met een tegemoetkoming.

Let op! Agrarische ondernemers met nevenactiviteiten, zoals de exploitatie van een camping, kunnen nu nog voor de nevenactiviteit van de KOR gebruik maken; de omzet van het agrarische bedrijf kan daarbij buiten beschouwing blijven. Vanaf 2018 moet alle omzet voor toepassing van de KOR bij elkaar geteld worden.

Terugvragen BTW op oude investeringen en niet in gebruik genomen voorraad en opfokkosten

BTW herziening op oude investeringen
Agrarische ondernemers kunnen de BTW op investeringen die zijn gedaan voor 1 januari 2018 en waarop BTW is betaald die ze toen niet terug konden vragen nu alsnog terugvragen. Het zal in de praktijk met name investeringen in roerende zaken vanaf 2014 betreffen. Bij investeringen in onroerende zaken is vaak al geopteerd voor BTW heffing.
Voor ieder nog openstaand jaar van de herzieningstermijn kan 1/5 van de BTW op roerende zaken terug worden gevraagd. De BTW mag in één keer in de eerste BTW-aangifte van 2018 teruggevraagd worden bij vraag 5b van de BTW aangifte. Van belang daarbij is dat de volledige administratie 2017 op het moment van indienen van de BTW aangifte over het eerste kwartaal 2018 ingeboekt is, zodat inzichtelijk is welke BTW alsnog teruggevraagd kan worden.
 
Uitbreiding BTW herziening naar kostbare diensten
Begin 2017 is een concept wetsvoorstel ingediend voor een uitbreiding van de herzieningsregeling, waardoor deze niet alleen van toepassing is op investeringen in roerende en onroerende zaken. Dit voorstel is ook van belang voor de agrarische ondernemers die per 1 januari 2018 verplicht in de BTW gaan. De VLB heeft bepleit dat de afschaffing van de landbouwregeling samenvalt met de invoering van de BTW herziening op kostbare diensten.
 
BTW in niet in gebruik genomen investeringen
Indien, bijvoorbeeld ten behoeve van de investeringsaftrek, nog in 2017 geïnvesteerd moet worden in een machine die pas in 2018 in gebruik genomen wordt, kan de BTW op de investering ineens in de eerste BTW aangifte van 2018 teruggevraagd worden.
 
BTW in niet in gebruik genomen voorraad en opfokkosten
De BTW in voorraad (bijvoorbeeld kunstmest) die op 1 januari 2018 nog niet in gebruik is genomen kan teruggevraagd worden in de BTW aangifte over het tijdvak waarin de voorraad gebruikt wordt.

Over het terugvragen van BTW op de opfokkosten van jongvee loopt op dit moment een procedure voor het Hof. Het Hof doet hierover op 13 oktober 2017 uitspraak.

De Vereniging van accountants en Belastingadviseurs VLB heeft bepleit dat de herziening ineens van BTW in de eerste BTW aangifte van 2018 ook geldt voor de BTW op opfokkosten van jongvee en voor vee dat met toepassing van de veehandelsregeling is aangekocht.

Let op! Wanneer per 1 januari 2018 een ontheffing van administratieve verplichtingen wordt verleend kan geen herzienings-BTW van voor 1 januari 2018 teruggevraagd worden. Overwogen kan worden de ontheffing pas aan te vragen met ingang van 1 januari 2019.
 

BTW margeregeling  

Het afschaffen van de landbouwregeling heeft ook gevolgen voor handelaren die van agrarische ondernemers gebruikte machines kopen. Die inkoop kan niet meer onder de margeregeling vallen. De landbouwer moet met BTW factureren aan de handelaar die de gebruikte machine koopt. De handelaar moet met BTW factureren aan de landbouwer voor de geleverde nieuwe machine.  

De paardenhandelaar die inkoopt van particulieren heeft nog wel met de margeregeling te maken. Bij toepassing van de margeregeling op de verkoop is dan alleen BTW verschuldigd over de winst die bij de verkoop van een paard wordt behaald, de winstmarge.
 

6% BTW-tarief leveringen en diensten aan agrariërs vervalt; opfok blijft laag tarief 

De hierna genoemde leveringen en diensten zijn vanaf 1 januari 2018 belast met 21% BTW. Nu nog is hierover 6% BTW verschuldigd. De tariefsverhoging leidt niet tot een nadeel omdat de agrarische ondernemer recht heeft op aftrek van BTW.

Tabel I post a5:       levering van broedeieren voor pluimvee;
Tabel I post a32:     levering van gas en minerale olie voor verwarming ter bevordering 
                                van het groeiproces van tuinbouwproducten;
Tabel I post b13:     diensten door agrarische loonbedrijven aan landbouwers;
                                diensten door fokinstellingen en instellingen voor keuring en 
                                onderzoek;
                                bewaren, drogen, koelen, ontsmetten, sorteren, verpakken 
                                goederen door landbouwers geteeld/voortgebracht;
                                vervoer van door landbouwers geteelde goederen naar veilingen;
                                diensten door boekhoud- en administratiekantoren aan 
                                landbouwers;
Tabel I post b18:     vervoer van gas voor verwarming ter bevordering van het 
                                groeiproces van tuinbouwproducten.

Door het vervallen van Tabel 1 post b13 is vanaf 2018 bijvoorbeeld ook het ophalen/afnemen van overtollige mest en het melken van koeien belast met 21% BTW.

Het Ministerie heeft aangegeven dat Tabel I post b16 voorlopig intact blijft. Het 6%-tarief is volgens deze tabelpost van toepassing op het in opdracht van derden opfokken of opkweken van goederen. Bij deze tabelpost is goedgekeurd dat het 6%-tarief ook van toepassing is op het opfokken van dieren, het opkweken van planten, groente en dergelijke. De verwachting is dat deze goedkeuring blijft gelden en dus bijvoorbeeld de opfok van paarden belast blijft met 6% BTW (wat conform het regeerakkoord waarschijnlijk 9% gaat worden).  Bij de opfok van paarden moet het dan overeenkomstig de toelichting op tabel l post b16 gaan om de zuivere opfok en de africhting van paarden.

Diverse aandachtspunten/ actiepunten

BTW aangifte/ontheffing administratieve verplichtingen

  • De Belastingdienst moet verzocht worden om uitreiking van BTW aangiften vanaf 1 januari 2018 (tenzij aan de Belastingdienst verzocht wordt om ontheffing van administratieve verplichtingen);
  • Er moet per kwartaal BTW aangifte worden gedaan; mogelijk kan verzocht worden om een BTW jaaraangifte;
  • Bij het indienen van de eerste BTW aangifte over 2018 moet BTW op oude investeringen (en mogelijk ook op kostbare diensten) ineens teruggevraagd worden;
  • Als de agrarische ondernemer een natuurlijk persoon is en per jaar minder dan € 1.345 aan BTW betaald moet worden,  dan kan ontheffing van administratieve verplichtingen worden gevraagd en hoeven er geen BTW-aangiften te worden gedaan. Beoordeeld moet worden of dit interessant is. Zo ja, vraag dan voor 1 januari 2018 ontheffing aan. Mogelijk komt er voor gebroken boekjaren een bijzondere regeling;
  • Bij de verkoop van productierechten is BTW verschuldigd. 

Administratieve verplichtingen/ factuurvereisten 

  • Er moet een BTW-boekhouding worden gevoerd, waarbij de in- en verkoopfacturen 7 jaar bewaard blijven. Facturen met betrekking tot onroerende zaken moeten 10 jaar bewaard worden;
  • Er moeten facturen worden uitgereikt aan afnemers. Deze verkoopfacturen moeten aan de factuurvoorwaarden voldoen;
  • Indien afnemers facturen opmaken (selfbilling) informeer deze dan dat per 1 januari 2018 sprake is van BTW plicht. Denk hierbij aan coöperaties waarbij de agrarische ondernemer aangesloten is;
  • Check inkoopfacturen op factuurvereisten, zodat het recht op aftrek van BTW niet kan worden geweigerd. 

Plannen investeringen/ opteren voor BTW heffing in 2017 

  • Het kan voor agrarische ondernemers financieel aantrekkelijk zijn om inkopen en verkopen rondom de datum van de overgang, 1 januari 2018, gunstig te plannen. Hiermee kan een BTW voordeel worden behaald. Zo kan het voordelig zijn om na 1 januari 2018 in nieuwe bedrijfsmiddelen te investeren in plaats van in 2017. De BTW kan in dat geval volledig in aftrek worden gebracht in 2018 in plaats van (via herziening) voor de jaren 2018 t/m 2021 steeds voor 1/5e deel;
  • Over het algemeen zal het geen voordeel opleveren om al in 2017 te opteren voor BTW-heffing. Dat komt doordat in dat geval de BTW op oude investeringen niet ineens bij de eerste BTW aangifte over 2018 herzien kan worden. Ook het naar voren halen van leveringen van landbouwproducten zal geen noemenswaardig voordeel opleveren omdat de afnemer recht heeft op aftrek van BTW. 

Zaken doen met het buitenland 

  • Bij inkopen van goederen uit een ander EU-land is niet langer van belang of voor meer dan € 10.000 uit het buitenland wordt verworven. Er is dan steeds sprake van een intracommunautaire verwerving, aan te geven bij vraag 4b van de BTW aangifte;
  • Beoordeeld moet worden of door een buitenlandse leverancier terecht met BTW gefactureerd wordt; mogelijk moet met 0% BTW gefactureerd worden of met BTW verlegd naar het BTW- identificatienummer van de agrarische ondernemer;
  • Bij leveringen naar een ondernemer in een ander EU-land is sprake van een intracommunautaire levering, belast met 0% BTW. Bij diensten aan een ondernemer in een ander EU-land is veelal BTW verlegd van toepassing. In de BTW aangifte moet dit aangegeven worden bij vraag 3b en moet opgaaf ICP worden gedaan (aan te geven bij vraag 3a van de Opgaaf ICP). 

Lopende contracten

  • Lopende contracten moeten aangepast worden aan het gewijzigde BTW-regime.

Conclusie

De afschaffing van de landbouwregeling brengt grote veranderingen mee voor landbouwers, tuinbouwers, bosbouwers, veehouders en veehandelaren die nu nog niet onder de BTW vallen. Neem tijdig maatregelen om vanaf 2018 aan de BTW-verplichtingen te kunnen voldoen. Daarnaast kan mogelijk BTW terug gevraagd worden vanwege herziening. Het is raadzaam dit nu alvast in beeld te brengen. Indien geoordeeld wordt dat ontheffing van administratieve verplichtingen mogelijk is en niet nadelig uitwerkt, vraag dan voor aanvang van het nieuwe boekjaar om ontheffing van administratieve verplichtingen bij de Belastingdienst. 

Auteur

Vilsteren_van_Carola_foto.jpg

mr. Carola van Vilsteren

Van Vilsteren BTW advies
Heelsum
Specialisme(n): BTW
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Contact
 
Nieuwsbrief ontvangen?

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de gratis nieuwsbrief! Uw gegevens worden uitsluitend gebruikt t.b.v. de verzending van nieuwsbrieven overeenkomstig de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu je e-mail

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we u geen nieuwsbrief: doe het dus gelijk even!

Fiscaalconsult © 2017. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Ready for Online Business
1
0
1