De sociale verzekeringsplicht van zeevarenden binnen internationaal transport

De EU Verordening 883/2004 die vanaf 1 mei 2010 geldt, bevat aanwijsregels voor de sociale verzekeringsplicht van in een EU-lidstaat woonachtige, migrerende werknemers. Deze verordening bevat echter geen specifieke aanwijsregels meer voor zeevarenden. Het toepassingsbereik van deze verordening voor zeevarenden is echter een onderwerp van discussie. De Hoge Raad heeft hierover in een specifieke case in oktober 2017, over een Letse zeevarende, prejudiciƫle vragen gesteld aan het Europese Hof.
7 jun 2018 Jurisprudentie drs. Erik Jansen

Verzekeringsplicht onder de EU-verordening tot 1 mei 2010

Zeevarenden vormen een bijzondere categorie werknemers binnen het internationale transport. Het vaststellen welke sociale verzekeringswetgeving op hen van toepassing is vaak complex. Zo bevatte de ‘oude’ EU verordening (van voor 1 mei 2010) voor de sociale zekerheid 1408/71 geen coördinatieregel voor migrerende EU werknemers (inwoner EU lidstaat) die in dienst waren bij een EU werkgever èn buiten het grondgebied van de EU werkzaam waren. Uit de arresten Aldewereld (HvJ C-60/93, d.d. 29 juni 1994) en Kik (HvJ C-266/13, d.d. 19 maart 2015) volgt dat primair de wetgeving van de lidstaat waar de werkgever is gevestigd moet worden aangewezen en subsidiair de woonstaat van de zeevarende.

Rechtskracht EU-verordening 883/2004 vanaf 1 mei 2010

De bepalingen uit de EU-verordening hebben voorrang boven andere aanwijsregelingen betreffende de sociale zekerheid, bevestigd door art. 8 van de verordening. De conflictregels hebben dus een exclusieve werking, de toepasselijkheid van de wetgeving van één lidstaat sluit de toepasselijkheid uit van de andere lidstaat. In het antieke arrest Perenboom (HvJ C-102/76, d.d. 5 mei 1977) is al door het hof duidelijk gemaakt dat over hetzelfde inkomen niet door twee lidstaten premie mag worden geïnd.

De conflictregels hebben ook het gevolg dat aansluiting aan een sociaal zekerheidsstelsel niet mag worden belemmerd door territoriale eisen(HvJ, C-2/89, d.d. 3 mei 1990). Lidstaten mogen wel bepaalde voorwaarden verbinden aan een verzekering, zolang er geen sprake is van discriminatie.

Personele en materiele werkingssfeer van de EU-verordeningen

Voor toepassing van de verordening moet er sprake zijn van een grensoverschrijdend element tussen de EU lidstaten als het gaat om de woonplaats of de plaats van de werkzaamheden van de natuurlijke persoon (HvJ C-95/99, Khalil, d.d. 11 oktober 2001) . Tijdelijk verblijf of migratie naar een andere lidstaat kunnen onder deze noemer geplaatst worden.

Uiteraard moet de natuurlijke persoon de nationaliteit hebben van een van de EU lidstaten dan wel de Europese Vrijhandels Associatie (hierna: EVA) landen (Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) of een met een niet EU nationaliteit legaal verblijven in de EU en zodoende ressorteren onder de EU-verordening 859/03.

In de EU-verordening 883/2004 is ook geregeld dat de natuurlijke persoon ook recht heeft op vergoeding van medisch noodzakelijke zorg volgens het sociale ziektekostenstelsel in het land waar deze persoon op dat moment verblijft. Voor het recht op zorg in het buitenland gelden dezelfde voorwaarden als voor het recht op die zorg in Nederland. De (sociale) bijstand is expliciet uitgezonderd in art. 3 lid 5.

Wat behoort tot het grondgebied van een EU-lidstaat?

Een belangrijke vraag voor zeevarenden is wat tot het grondgebied van een lidstaat moet worden gerekend. Tot het grondgebied van de lidstaat behoort in ieder geval de territoriale zee, de eerste twaalf mijl vanaf de laagwaterlijn (baseline). Sinds 1 januari 2012 is er in Nederland ook een verzekeringsplicht op het continentaal plat. Deze valt voor Nederland samen met de Exclusieve Economische Zone, het gebied grenzend aan de territoriale zee. De omvang van deze zone is in een verdrag met andere Noordzee landen afgebakend.

Definitie zeeschip in EU-verordening

Het is niet altijd even duidelijk wanneer er sprake is van een zeeschip. Zoals ook in het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2012 (Bakker) naar voren is gekomen biedt de (oude) verordening geen uitleg van het begrip zeeschip. Het begrip zeeschip moet dus worden ingevuld aan de hand van het nationale recht, in Nederland door art. 8:2 BW. Vereist is dat een zeebrief is afgegeven en dat het schip is ingeschreven in het zeeschepenregister of een vergelijkbaar buitenlands register. Hier is dus duidelijk sprake van een formele definitie.

Algemene aanwijsregels voor bepaling staat verzekeringsplicht

Voor toepassing van de hiervoor genoemde regel is voor de zeevarenden in verordening 883/2004 een fictie ingevoerd. Krachtens deze fictie worden werkzaamheden aan boord van een zeeschip geacht te worden verricht in de lidstaat waarvan de vlag wordt gevoerd.  Als de zeevarende inwoner is van een lidstaat en wordt betaald door een onderneming of persoon die zijn zetel of domicilie daar heeft, maar onder de vlag vaart van een andere lidstaat, dan is hij in de woonstaat sociaal verzekerd. Als het schip onder de vlag van een niet-EU staat vaart zal er in een aantal situaties geen verzekeringsplicht aanwezig zijn. Hierover verderop meer.

Als eenmaal is vastgesteld dat de verordening toepassing vindt dan moet aan de hand van art. 11 lid 3 Verordening worden vastgesteld van welk land de sociale zekerheidswetgeving van toepassing is. De verordening sluit aan bij de plek waar feitelijk de werkzaamheden worden uitgeoefend (de werkstaat).

De nieuwe verordening kent ook een vangnetbepaling als géén van aanwijsregels op de natuurlijke persoon van toepassing is. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om aanwijsregels voor ambtenaren, genieters van een werkloosheidsuitkering en militairen. De vangnetbepaling van art. 11 lid 3 sub e voor specifieke situaties die (nog) niet werden gedekt schrijft voor dat de sociale zekerheidswetgeving van de woonstaat van toepassing is.

Prejudiciële vragen premieheffing Letse zeevarende (27 oktober 2017)

Voordat Verordening 883/2004 in werking trad, waren er feitelijk situaties die buiten de werking van de oude verordening vielen. Om in sommige situaties toch verzekeringsplicht te bewerkstelligen heeft het Europees Hof op basis van rechtersrecht de zogenaamde ‘Kik & Aldewereldleer’ in het leven geroepen om te voorkomen dat zeevarenden wat betreft de sociale zekerheid buiten de boot zouden vallen.

Het is echter zeer de vraag of dit toewijzingscriterium onder de nieuwe verordening 883/2004 nog gelding heeft. Hierover heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld betreffende een Letse zeevarende; zie hiervoor de uitspraak van de Hoge Raad van 27 oktober 2017, ECLI:NL:2017:2681. De nieuwe verordening kent namelijk een nieuwe vangnetbepaling, de al eerder genoemde art. 11 lid 3 sub e.

De Hoge Raad heeft in voormelde uitspraak aan het Europees Hof gevraagd welke sociale wetgeving door de verordening wordt aangewezen in het geval van een belanghebbende die in Letland woont en op een schip onder de vlag van de Bahama’s werkzaam is voor een in Nederland gevestigde werkgever. Met A-G Wattel zijn wij van mening dat de sociale verzekeringswetgeving van Letland van toepassing zou moeten zijn op basis van de eerder geschetste vangnetbepaling. Voor Nederlandse werkgevers zou dit relevante consequenties kunnen hebben: zij zouden dan in het woonland van de zeevarende werknemer premies moeten gaan afdragen zolang deze op een zeeschip actief zijn dat onder een niet-EU vlag vaart.

Tot slot

Is in uw situatie sprake van een situatie waarbij niet duidelijk is in welk land de zeevarenden zijn verzekerd, neem dan gerust vrijblijvend contact met mij op.

Auteur

Jansen_Erik_foto.jpg

drs. Erik Jansen

Innovative Tax B.V.
Nijmegen
Specialisme(n): Vennootschapsbelasting, fiscale begeleiding van fusies, splitsingen, overnames & innovatiebox, internationaal belastingrecht, emigratie, financieringsstructuren & internationale arbeid en sociale zekerheid
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult

Lees meer van deze auteur ...

De inkomstenbelastingplicht van internationaal actieve zeevarenden

7 jun 2018 De zeevarende reist normaal gesproken de hele wereld over. Dit heeft als consequentie dat meerdere staten (woonstaat zeevarende, vestigingsstaat werkgever, werkstaat) zich heffingsrechten wensen voor te behouden op het inkomen van de zeevarende. Welk land uiteindelijk mag heffen is afhankelijk van de inhoud van de gesloten belastingverdragen (en bijvoorbeeld de aanwezigheid van een buitengaatsbepaling hierin).
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Volg ons op

 
Nieuwsbrief ontvangen?

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de gratis nieuwsbrief! Uw gegevens worden uitsluitend gebruikt t.b.v. de verzending van nieuwsbrieven overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu uw mailbox

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

Fiscaalconsult © 2017. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Ready for Online Business
1
0
1