De mogelijkheden met een oudedagsverplichting (ODV) op een rij

Wat gebeurt er bij echtscheiding, overlijden of bij omzetting ODV in een lijfrente?
De aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV) was ooit bedoeld als een eenvoudige overgangsmaatregel om de uitfasering van het pensioen in eigen beheer (PEB) soepel te laten verlopen. Maar het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (CAP) doet er met zijn vele standpunten - die tot ons komen in de vorm van Vragen & Antwoorden en Handreikingen - alles aan om van de ODV een ingewikkelde fiscale constructie te maken.
18 jun 2018 Laatst gewijzigd: 11 aug 2018 Kennis drs. David Bakker

Wat is een ODV?

Een ODV is een aanspraak op een reeks uitkeringen onafhankelijk van het al dan niet in leven zijn van personen. Als een gerechtigde overlijdt, loopt de uitkering gewoon door en komt die voortaan toe aan de volgende gerechtigde (erfgenamen). De hoogte en duur van de uitkering wordt op ingangsdatum vastgesteld op basis van het opgerente ODV-kapitaal (= ODV-aanspraak). De ODV-aanspraak ontstaat door de fiscaal geruisloze omzetting van het in eigen beheer opgebouwd pensioen. Een dergelijke omzetting is nog tot en met 2019 mogelijk, evenals afkoop van de ODV. De omzetting wordt bij wetsfictie voorafgegaan door het afstempelen c.q. prijsgeven van de pensioenrechten, en wel voor het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer (wev) en de fiscale balanswaarde.

De ODV is bij aanvang gelijk aan de fiscale waarde van het omgezette pensioen. De aanspraak wordt jaarlijks opgerent met het gemiddelde u-rendement over het afgelopen kalenderjaar. Deze marktrente geldt ook als rekenrente bij de fiscale waardering van de ODV. De waarde (in het economisch verkeer) van de ODV is hiermee grosso modo gelijk aan de fiscale balanswaarde. De dividendtoets - die ook voor de ODV blijft gelden - is door het wegvallen van het verschil tussen wev en fiscale balanswaarde aanzienlijk minder beklemmend.

Uitvoering van een ODV kan alleen plaatsvinden door een eigenbeheerlichaam, niet door een bank of verzekeraar. Voldoet de ODV niet meer aan de fiscale eisen dan is over de waarde in het economische verkeer van de ODV-aanspraak loonheffing en revisierente verschuldigd.

ODV-uitkering bij in leven zijn DGA

De dga heeft tot de AOW-leeftijd de tijd om de opgerente aanspraak fiscaal geruisloos om te zetten in een lijfrente bij een externe uitvoerder. Na een dergelijke afstorting kan de ontstane lijfrente niet meer worden teruggehaald naar de bv. Vindt geen afstorting plaats, dan dient de aanspraak uiterlijk 2 maanden nadat de AOW-leeftijd is bereikt in 20 jaar door de bv aan de dga te worden uitgekeerd. Het is mogelijk de uitkeringen maximaal vijf jaar eerder dan de AOW-leeftijd te laten ingaan. In dat geval wordt de minimale uitkeringsduur van 20 jaar verlengd met het aantal jaren dat de uitkeringen eerder ingaan dan de AOW-leeftijd.

De eerste jaaruitkering wordt vastgesteld door de hoogte van de aanspraak te delen door de uitkeringsduur. Elke volgende jaaruitkering is gelijk aan de resterende aanspraak - na uitkering en oprenting - gedeeld door de resterende uitkeringsduur. Dit betekent dat de uitkeringen jaarlijks toenemen met het oprentingspercentage. De oprenting wordt dan feitelijk gebruikt voor indexatie van de uitkering.

Voorbeeld 1

Een dga van 57 jaar en 3 maanden oud zet op 1 januari 2019 zijn pensioen met een fiscale balanswaarde van € 365.720 om in een oudedagsaanspraak. Na tien jaar oprenting met 0,9% is de aanspraak aangegroeid tot € 400.000 en laat de dga de ODV ingaan. Omdat de AOW-leeftijd van 67 en 3 maanden is bereikt, is de duur van de uitkeringen 20 jaar. De eerste jaaruitkering, die in haar geheel aan het begin van het jaar wordt uitgekeerd, bedraagt € 20.000 (€ 400.000/20 jaar). Als het oprentingspercentage gelijk blijft aan 0,9%, ziet het verloop van de uitkeringen en de waardeontwikkeling van de aanspraak er als volgt uit:

jaar

beginstand

uitkering

oprenting

eindstand

1

400.000

20.000

3.420

383.420

2

383.420

20.180

3.269

366.509

3

366.509

20.362

3.115

349.263

4

349.263

20.545

2.958

331.676

5

331.676

20.730

2.799

313.745

6

313.745

20.916

2.635

295.464

7

295.464

21.105

2.469

276.829

8

276.829

21.295

2.300

257.834

9

257.834

21.486

2.127

238.475

10

238.475

21.680

1.951

218.747

11

218.747

21.875

1.772

198.644

12

198.644

22.072

1.589

178.162

13

178.162

22.270

1.403

157.294

14

157.294

22.471

1.213

136.037

15

136.037

22.673

1.020

114.385

16

114.385

22.877

824

92.331

17

92.331

23.083

623

69.872

18

69.872

23.291

419

47.000

19

47.000

23.500

212

23.712

20

23.712

23.712

-

-

Vindt de omzetting van het pensioen meer dan 2 maanden plaats nadat de AOW-leeftijd is bereikt, dan moet de uitkering direct ingaan en wordt de minimale uitkeringsduur van 20 jaar verkort met het aantal jaren dat de uitkeringen later ingaan dan de AOW-leeftijd. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om de omzetting van een ingegaan pensioen.

Voorbeeld 2

Een dga van 77 jaar ontvangt jaarlijks van zijn bv een ouderdomspensioen ter grootte van € 23.950. De fiscale balanswaarde bedraagt € 178.162. De bv lijdt verlies en de dga zet zijn pensioen om in een uitkering uit hoofde van een oudedagsaanspraak. De uitkeringsduur is 8 jaar (20 jaar minus de 12 jaar dat de AOW-uitkering loopt) en de eerste uitkering bedraagt € 22.270 (€ 178.162/8 jaar). Als het oprentingspercentage gelijk blijft aan 0,9%, ziet het verloop van de uitkeringen en de waardeontwikkeling van de aanspraak er als volgt uit:

jaar

beginstand

uitkering

oprenting

eindstand

1

178.162

22.270

1.403

157.294

2

157.294

22.471

1.213

136.037

3

136.037

22.673

1.020

114.385

4

114.385

22.877

824

92.331

5

92.331

23.083

623

69.872

6

69.872

23.291

419

47.000

7

47.000

23.500

212

23.712

8

23.712

23.712

-

-

Omzetting partnerpensioen

Als de dga is overleden en de bv keert partnerpensioen uit (en/of wezenpensioen) dan kan dit pensioen ook worden omgezet in een ODV. Als de gerechtigde bij ingang van het partnerpensioen jonger is dan de vroegste ODV-ingangsleeftijd (5 jaar voor de AOW-leeftijd) kan er niet direct een ODV-uitkering ingaan. Als er behoefte is aan een direct ingaande uitkering, kan men er voor kiezen om het partnerpensioen om te zetten in een ODV, en van deze ODV vervolgens gelijk bij een bank of verzekeraar een direct ingaande lijfrente aan te kopen. Uiteraard  kan de bv ook het partnerpensioen blijven uitkeren met dien verstande dat dan wel het verschil tussen wev en fiscale boekwaarde blijft bestaan (dividendklem).

ODV-uitkering bij overlijden DGA

Als de dga overlijdt voordat de uitkeringen zijn ingegaan, kunnen de erfgenamen - uitsluitend natuurlijke personen - het hun toekomende deel van de aanspraak afstorten en omzetten in een lijfrente. Vindt geen of deels geen afstorting plaats, dan dient de bv aan de erfgenamen die niet afstorten twintig jaar lang een uitkering te doen, ongeacht de leeftijd en de mate van verwantschap met de dga. De vaststelling van de uitkeringen en de afwikkeling vindt dan op dezelfde manier plaats als in voorbeeld 1.

Vindt het overlijden van de dga plaats nadat de ODV-uitkeringen bij de bv zijn ingegaan, dan worden de uitkeringen voor de resterende duur uitbetaald aan de erfgenamen (ook weer uitsluitend natuurlijke personen). Daarnaast zijn de uitkeringen aan de erfgenamen volledig vrijgesteld van erfbelasting. Volgens het CAP geldt deze vrijstelling echter alleen als de ODV via verdeling volgens wettelijk erfrecht of via testament bij de erfgenamen terecht is gekomen (zie hierna onder de kop ‘ODV en vererving’).

Wettelijk gezien kunnen de geërfde uitkeringen niet meer worden afgestort en omgezet in een lijfrente maar de staatssecretaris heeft dit middels een besluit toch goedgekeurd (zie hierna onder de kop ‘Goedkeuring: Ingegane ODV of ODV die moet ingaan mag worden omgezet in een lijfrente’).

Vaststelling hoogte uitkering en uitkeringsduur nader bezien

De uitkeringsduur van een aanspraak ingevolge een ODV dient in maanden nauwkeurig te worden vastgesteld. Dit laat onverlet dat de feitelijke betaling in maand-, kwartaal- of jaartermijnen mag plaatsvinden. Maar wanneer een pensioen wordt omgezet in een ODV twee maanden nadat de AOW-leeftijd is bereikt, dient de eerste termijn direct na omzetting in te gaan. Een uitkering bij achterafbetaling is hierdoor niet mogelijk. Een verkapt uitstel van de ingangsdatum van de ODV - bijvoorbeeld door betaling per jaar achteraf - wordt hiermee voorkomen. Als het pensioen al eerder (vóór AOW-leeftijd plus 2 maanden) is omgezet in een ODV moet de eerste ODV-termijn uiterlijk twee maanden nadat de AOW-leeftijd is bereikt, ingaan.

Oprenting en waardering van de  ODV

Wanneer het pensioen in eigen beheer is omgezet in een ODV zal de ODV op de fiscale eindbalans moeten gewaardeerd. Dat lijkt eenvoudigweg een kwestie van oprenting. Maar het is iets ingewikkelder. Van belang is het onderscheid tussen oprenting van de aanspraak (loonbelastingsfeer) en oprenting in de winstsfeer (fiscale waardering van de ODV op de balans).

Het uitgangspunt in de loonbelastingsfeer is dat de oprenting van de ODV-aanspraak jaarlijks op de omzettingsverjaardag plaatsvindt. Maar de fiscus keurt goed dat - als de ODV nog niet is ingegaan - de oprenting ook aan het einde van het boekjaar mag plaatsvinden. Het voordeel hiervan is dat het bedrag aan opgerente aanspraak ook op de fiscale balans kan worden opgenomen. Als je hier niet voor kiest en de oprenting op de omzettingsverjaardag laat plaatsvinden, dan mag naast de passiefpost ODV nog een transitoire passiefpost op de balans worden opgenomen. Deze post betreft dan de oprenting die ziet op de periode tot balansdatum, maar pas op de omzettingsverjaardag plaatsvindt. Indien de ODV-uitkeringen zijn ingegaan, kan oprenting van de ODV-aanspraak alleen op de uitkeringsverjaardag plaatsvinden. Op balansdatum kan dan nog wel een transitoire passiefpost worden opgenomen in verband met de komende oprenting. Ter verduidelijk een aantal voorbeelden:

Voorbeeld oprenting niet-ingegane ODV op balansdatum (methode 1)
Op 1 juli 2017 is het pensioen in eigen beheer, tegen de fiscale waarde van € 100.000, omgezet in een ODV. De aanspraak wordt tot en met balansdatum 31-12-2017 opgerent met 0,06% (gemiddelde u-rendement over 2016). Dit betekent een oprenting van € 30 zodat de waarde van de ODV per ultimo 2017 € 100.030 bedraagt. Dit is tevens de balanswaarde. Over het jaar 2018 wordt ook opgerent met 0,06% (gemiddelde u-rendement over 2017). De oprenting per ultimo 2018 bedraagt dan afgerond € 60 (0,06% x € 100.030). De waarde van de ODV per ultimo 2018 bedraagt dan € 100.090, evenals de balanswaarde.

Voorbeeld oprenting niet-ingegane ODV op omzettings-verjaardag (methode 2)
Op 1 juli 2017 is het pensioen in eigen beheer, tegen de fiscale waarde van € 100.000, omgezet in een ODV. Op 1 juli 2018 vindt de oprenting plaats tegen het gewogen gemiddelde van het rendement dat geldt voor het tweede half jaar van 2017 (gemiddeld u-rendement 2016 ad 0,06%) en het rendement dat geldt voor het eerste half jaar in 2018 (gemiddeld u-rendement 2017 ad 0,06%), een gewogen gemiddelde derhalve van 0,06%. De oprenting is dus € 60, zodat de waarde van de ODV per 1 juli 2018 na oprenting € 100.060 bedraagt. Eind 2017 wordt de ODV voor € 100.000 op de balans gewaardeerd. Daarnaast kan er nog een transitoire passiefpost worden opgenomen voor de oprenting die ziet op de periode tot balansdatum maar pas op de omzettingsverjaardag plaatsvindt. De hoogte daarvan is € 30 (of iets lager als je die € 30 nog contant zou moeten maken van 1 juli 2018 naar 31 december 2017).

Voorbeeld oprenting ingegaan ODV
Op 1 juli 2017 is het pensioen in eigen beheer, tegen de fiscale waarde van € 240.000, omgezet in een direct uitkerende ODV met een duur van 20 jaar. De jaarlijkse uitkering van € 12.000 wordt in maandtermijnen van € 1.000 uitgekeerd. Hoe luidt de waardering per ultimo 2017? Het CAP is daar niet heel duidelijk in maar de volgende benadering lijkt redelijk. Op 1 juli 2018 (uitkeringsverjaardag) is het resterende ODV-saldo € 228.000 (€ 240.000 -/- 12.000). Hierover vindt een oprenting van € 136 plaats (0,06%). NB. De grondslag voor de oprenting is het ODV-saldo na 12 maandelijkse uitkeringen. Er wordt dus bij de oprenting geen rekening mee gehouden dat het ODV-saldo in de periode van 1 juli 2017 tot 1 juli 2018 hoger is geweest.

Eind 2017 is er € 6.000 uitgekeerd, zodat de ODV voor € 234.000 op de fiscale balans kan worden gepassiveerd (€ 240.000 -/- € 6.000). Daarnaast kan er nog een transitoire passiefpost worden opgenomen voor de oprenting die ziet op de periode tot balansdatum maar pas op de uitkeringsverjaardag plaatsvindt. De hoogte daarvan is 50% van € 136, € 68 derhalve (of iets lager als je die € 68 nog contant zou moeten maken van 1 juli 2018 naar 31 december 2017).

Voor niet-ingegane ODV’s lijkt methode 1 op grond van praktische redenen de voorkeur te genieten. Overigens zullen beide methoden op het moment dat de ODV gaat uitkeren tot een klein verschil in uitkomst leiden omdat de oprenting niet gelijk oploopt.

Waardering in de jaarrekening
Omwille van de eenvoud en besparing van administratieve lasten heeft de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) bepaald dat de ODV in de jaarrekening wordt gewaardeerd tegen de fiscale boekwaarde (zie RJ-Uiting 2017-8).

Goedkeuring: Ingegane ODV of ODV die moet ingaan mag worden omgezet in een lijfrente

Een eenmaal ingegane ODV(-uitkering) kan in beginsel niet meer worden omgezet in een lijfrente. Maar in het besluit van 24 november 2017 keurt de Staatssecretaris goed dat een ingegane ODV onder voorwaarden mag worden omgezet in een lijfrente. De voorwaarden staan in onderdeel 5.4 van dat besluit. Deze goedkeuring kan bijvoorbeeld soelaas bieden aan erfgenamen die de bv niet in stand willen houden.

ODV die moet ingaan mag worden omgezet in een lijfrente
Als een ODV meer dan 2 maanden na de AOW-leeftijd wordt omgezet in een ODV moet de ODV direct ingaan en is omzetting in een lijfrente wettelijk gezien niet meer mogelijk. Ook hier is goedgekeurd dat de ODV mag worden omgezet in een lijfrente. De voorwaarden staan in een Vraag & Antwoord, nr.17-008 d.d. 040418 van het CAP.
 
Omzetting niet mogelijk indien gerechtigde ouder is dan AOW-leeftijd + 5 jaar
Een (tijdelijke) oudedagslijfrente moet uiterlijk 5 jaar na AOW-leeftijd ingaan. Is de ODV-gerechtigde ouder, dan kan de ODV niet in een lijfrente worden omgezet en moet de bv in stand blijven om de ODV uit te keren. Tenzij een andere bv - (willekeurige) bv’s zijn toegestane uitvoerders - zich bereid toont de ODV-verplichting over te nemen. Op dit moment zijn banken helaas geen toegestane uitvoerder van de ODV.
 

ODV en vererving

Bij overlijden dient de ODV naar erfgenamen/natuurlijke personen te gaan. Dit is een fiscale eis die bij de parlementaire behandeling van het voorstel tot de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer nooit nader is toegelicht. Het CAP heeft hier een eigen draai aan gegeven door te stellen dat de ODV via verdeling volgens wettelijk erfrecht of via testament bij de erfgenamen terecht moet komen. Wordt niet aan deze fiscale eis voldaan dan is over de waarde in het economische verkeer van de ODV-aanspraak loonheffing en revisierente verschuldigd. Bovendien zal de vrijstelling erfbelasting niet van toepassing zijn. De eis van het CAP dat de ODV via verdeling volgens wettelijk erfrecht of via testament bij de erfgenamen terecht moet komen betekent het volgende:

Niet-toegestane situaties volgens het CAP
– in de ODV-overeenkomst staat dat de ODV bij overlijden van de dga toekomt aan de partner/erfgenaam van de dga (derdenbeding);
– de twee erfgenamen van de dga verdelen de nalatenschap bestaande uit een bancaire lijfrentepolis ter waarde van € 100.000 en een ODV ter waarde van € 100.000. De ene erfgenaam krijgt de lijfrente, de ander de ODV.

Toegestane situatie volgens het CAP
– ODV gaat naar partner/erfgenaam o.g.v. wettelijke verdeling of de ODV is gelegateerd aan de partner/erfgenaam;
– de twee erfgenamen van de dga verdelen de nalatenschap bestaande uit een bancaire lijfrentepolis ter waarde van € 100.000 en een ODV ter waarde van € 100.000. Beide erfgenamen krijgen een helft van de lijfrente en een helft van de ODV. Het CAP eist dat in deze situatie de ODV pondspondsgewijs wordt verdeeld (toegestaan alternatief: DGA legateert ODV aan ene erfgenaam en lijfrente aan de andere erfgenaam).

Naar mijn mening stelt het CAP onterecht deze strenge eisen. Ongetwijfeld zal hierover nog jurisprudentie verschijnen, waarbij belastingplichtigen gelijk krijgen en niet het CAP.

ODV en echtscheiding

In standaardsituaties wordt bij echtscheiding het ouderdomspensioen verevend en ontstaat daarnaast een recht op bijzonder partnerpensioen voor de ex van de dga. Het verevende ouderdomspensioen kan alleen door de dga en niet door de dga en ex-partner afzonderlijk worden uitgefaseerd. Dat was uit de parlementaire behandeling van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer wel duidelijk geworden. Het bijzonder partnerpensioen mag - omdat het een eigen recht is - wel door de ex-partner van de dga worden afgekocht of worden omgezet in een ODV. Maar het blijft mijns inziens mogelijk dat de dga het ouderdomspensioen en het bijzonder partnerpensioen zelf afkoopt of omzet in een ODV (uiteraard met toestemming van de ex-partner). Het CAP is daar in ieder geval niet helemaal duidelijk in.

Indien het recht op verevening en het bijzonder partnerpensioen zijn omgezet in een zelfstandig ouderdomspensioen voor de ex-partner van de dga (conversie) dan kan de ex-partner dit recht afkopen of omzetten in een ODV. De dga kan zijn resterende rechten uiteraard ook uitfaseren.

Verdeling ODV bij echtscheiding
Bij een echtscheiding mag de dga zijn ODV geheel of gedeeltelijk vervreemden aan zijn (aanstaande) ex-partner. Het is ook toegestaan om af te spreken dat de bv (een deel van) de ODV termijnen - onder inhouding van loonbelasting - uitkeert aan de ex-partner van de dga (de termijnen zijn dan loon van de ex-partner) terwijl de ODV wel een aanspraak van de dga blijft. Deze uitbetaling stopt als de dga overlijdt. Dan gaat de ODV naar de erfgenamen. Als de ex-partner eerder overlijdt dan de dga gaan de ODV-termijnen weer naar de dga. Dit lijkt op de praktijk bij pensioenverevening.

Een andere toegestane mogelijkheid is dat de dga eerst volledig de ODV-uitkeringen (na inhouding van loonheffing) ontvangt en de ODV-uitkering (bruto-bedragen) vervolgens geheel of gedeeltelijk doorbetaalt aan de ex-partner. De door hem betaalde bedragen zijn volgens het CAP bij hem als persoonsgebonden aftrekpost aftrekbaar en bij de ex-partner belast als aangewezen periodieke uitkeringen en verstrekkingen.

Prijsgeven ODV bij onderdekking

Over het prijsgeven van pensioen in eigen beheer heeft de fiscus altijd moeilijk gedaan.Daarbij het draaide om de vraag of de pensioenrechten al dan niet voor verwezenlijking vatbaar waren. Voor zover pensioenen niet zijn afgekocht of omgezet in een ODV blijft deze discussie t.a.v. pensioen bestaan omdat de oude regels o.g.v. overgangsrecht van toepassing blijven. Maar als het pensioen is omgezet in een ODV kan dezelfde discussie gaan spelen als sprake is van onderdekking. Immers, genoemde oude regels zijn van overeenkomstige toepassing verklaard op de ODV.


Mogelijkheid afstempelen geldt ook voor ODV
Met ingang van 2013 werd de mogelijkheid gecreëerd om pensioen in eigen beheer op pensioeningangsdatum af te stempelen indien sprake is van onderdekking. De voorwaarden hiervoor zijn nader vastgelegd in het besluit van 18 maart 2013. In onderdeel 5.5. van het besluit van 24 november 2017 is het besluit uit 2013 van overeenkomstige toepassing verklaard op de ODV.

ODV die moet ingaan afstempelen indien omzetting in lijfrente
Naast bovengenoemde afstempelmogelijkheid is er voor de ODV nog een andere afstempelmogelijkheid gecreëerd. Prijsgeven is toegestaan indien alle resterende middelen in de bv worden aangewend om de ODV om te zetten in een lijfrente bij een bank of verzekeraar. De bv moet vervolgens worden geliquideerd. De precieze voorwaarden staan in een Vraag & Antwoord nr.17-009 d.d. 040418 van het CAP.

Ingegane ODV afstempelen indien omzetting in ODV
Een ingegane ODV kan onder voorwaarden worden afgestempeld indien deze wordt omgezet in een lijfrente (zie onderdeel 5.4 van het besluit van 24 november 2017).

Auteur

Bakker_David_foto.jpg

drs. David Bakker

David Bakker Pensioen Consultancy en Opleidingen
Enschede
Specialisme(n): DGA Pensioen, lijfrente, inkomensvoorzieningen, collectieve pensioenregelingen, arbeidsconflicten, echtscheiding
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Volg ons op

 
Fiscaal nieuws ontvangen?

Fiscaal nieuws ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief met fiscale updates en ontwikkelingen. Gegevensverwerking en verzending overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu uw mailbox

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

Fiscaalconsult © 2019. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Ready for Online Business
1
0
1