Extreme Box 3-heffing voorkomen per 1 januari 2020?

Een open fonds voor gemene rekening (OFGR) biedt uitkomst
Een groot aantal vermogende particulieren heeft last van extreem hoge belastingdruk op belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Zij willen risicomijdend beleggen, en bezitten vaak spaarrekeningen of depositorekeningen. Het rendement hierop nadert op dit moment veelal 0%, terwijl de box 3-heffing uitgaat van een forfaitair rendement oplopend tot 5,33%. Hierdoor kan de box 3-heffing bij grotere vermogens oplopen tot 1,6% van het vermogen in 2020.
30 sep 2019 Laatst gewijzigd: 18 okt 2019 Kennis drs. Gerben Miedema

Wijziging Box 3-heffing voor spaargeld niet vóór 2022

Dat de belastingheffing op spaargeld zeer onrechtvaardig uitpakt voor belastingplichtigen is uiteindelijk ook doorgedrongen tot de politiek. Onlangs is aangekondigd dat er mogelijk per 1 januari 2022 een wetswijziging komt die spaartegoeden tot een bedrag van € 440.000 (€ 880.000 voor fiscale partners) vrijstelt van box 3-heffing. Dit lijkt een afdoende oplossing voor de meeste vermogende particulieren, maar in ieder geval de komende twee jaren (voor 2020 en 2021) blijft de ongunstige box 3-heffing op spaargeld volledig in stand. Deze heffing kan echter eenvoudig worden voorkomen door het vermogen onder te brengen in een open fonds voor gemene rekening (OFGR) dat onderworpen is aan de vennootschapsbelasting.

Box 3 vermijden middels een BV of een OFGR?

De hoge box 3-heffing kan ook worden voorkomen door het vermogen onder te brengen in een BV. Een BV geeft echter meer formaliteiten, zowel bij oprichting als bij ontbinding. Bovendien is een BV minder flexibel en is de privacy minder goed beschermd. Een OFGR heeft hierdoor vaak de voorkeur bij voorkoming van extreem hoge box 3-heffing.

Hoe hoog is de heffing in box 3 voor 2020?

De box 3-heffing bedraagt 30% over het forfaitaire rendement van de waarde van de bezittingen verminderd met de waarde van de schulden. Bij de berekening van het forfaitaire rendement wordt sinds 2017 onderscheid gemaakt tussen rendementsklasse I voor sparen en rendementsklasse II voor beleggen. Hierbij wordt er altijd van uitgegaan dat een gedeelte van het vermogen bestaat uit beleggingen. Klasse I weegt zwaarder bij de kleinere vermogens en Klasse II weegt zwaarder bij de hogere vermogens.

Jaarlijks wordt op Prinsjesdag de bijstelling van de rendementspercentages (op basis van actuele marktontwikkelingen) bekendgemaakt in een kamerbrief. Voor 2020 wordt uitgegaan van een spaarrendement van 0,06% en een beleggingsrendement van 5,33%. Het forfaitaire rendement (mix van sparen en beleggen) voor 2020 bedraagt voor vermogens: van € 0 tot en met € 72.797: 1,80%; van € 72.797 tot en met € 1.005.572: 4,22%, en van meer dan € 1.005.572: 5,33%.

In de praktijk komen echter regelmatig situaties voor waarbij het bezit (nagenoeg) uitsluitend bestaat uit spaar(deposito)rekeningen. In deze situaties leidt toepassing van het forfaitaire rendement tot een extreme belastingdruk.

Voorbeeld
Stel een weduwe van 77 jaar heeft haar hele vermogen van € 630.846 belegd in een spaardeposito met een rente van 0,4% per jaar. Haar rendement bedraagt € 2.523. Van haar vermogen wordt € 600.000 (na heffingsvrij vermogen) belast met box 3-heffing. Deze belasting bedraagt € 7.067 per 1 januari 2020. Een belastingdruk van 280%!

Wat is een open fonds voor gemene rekening (OFGR)?

Een (open) fonds voor gemene rekening is niet gedefinieerd in wetgeving. Een OFGR is een overeenkomst gericht op het aantrekken van gelden/activa van de participanten om daarmee gezamenlijk te beleggen, waarbij de participanten naar rato van hun inleg in de opbrengst van die beleggingen delen. Een OFGR moet minimaal twee participanten hebben (echtgenoten gehuwd in algehele gemeenschap van goederen worden daarbij aangemerkt als één participant). In de praktijk kan gemakkelijk aan dit vereiste worden voldaan doordat de tweede participant slechts een bescheiden vermogen hoeft in te brengen. Het OFGR kan worden vastgelegd in een onderhandse overeenkomst. Bij deze overeenkomst worden verhandelbare participatiebewijzen uitgegeven. Het vermogen wordt door de participanten gestort in het OFGR. Er is geen sprake van rechtspersoonlijkheid.

Belastingvoordeel OFGR vooral bij spaarsaldi met laag risicoprofiel

Het is de bedoeling dat het OFGR wordt onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Daarvoor moet sprake zijn van verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid. Dit is het geval als de participatiebewijzen kunnen worden verkocht aan de andere participanten of aan het fonds zelf zonder toestemming van de andere participanten.

Onderbrengen van vermogen in een OFGR is vooral interessant voor spaarsaldi/beleggingen met een laag verwacht rendement en een laag risicoprofiel. Als beleggingen worden aangehouden met een hoger verwacht rendement, dan zal het fiscaal sneller voordelig zijn de beleggingen in box 3 te houden.

Vervolg voorbeeld
Stel de weduwe uit het voorbeeld belegt voor 1 januari 2020 € 600.000 van haar vermogen in een OFGR (€ 30.846 blijft belegd in box 3 en valt onder het heffingsvrije vermogen). Van het rendement van € 2.523 wordt dan € 2.400 belast tegen het vennootschapsbelastingtarief van 16,5%, oftewel € 396. Netto resteert dan € 2.004 in het OFGR. Als die winst op een bepaald moment naar privé wordt uitgekeerd, is daarover nog eens 26,25%, oftewel € 526 inkomstenbelasting verschuldigd (aanmerkelijk-belangbelasting). Per saldo resteert dan € 1.478 in het OFGR. De belastingdruk in 2020 daalt dan naar 16% als de winst voorlopig in het OFGR blijft en daalt naar 37% bij volledige uitkering van de winst naar privé, tegenover een belastingdruk van 280% in box 3.

Publicatieplicht en UBO-register bij OFGR en spaar-BV

Een ander voordeel van het OFGR ten opzichte van de BV is dat het OFGR geen publicatieplicht heeft bij de Kamer van Koophandel (KvK). Jaarlijks zal een BV in ieder geval een balans moeten deponeren, waarbij het eigen vermogen zichtbaar is. En ook moeten alle bestuurders worden ingeschreven in het openbare Handelsregister. Een enig aandeelhouder van een BV is ook zichtbaar op het uittreksel van de KvK. Deze verplichtingen kunnen worden vaak gezien als een inbreuk op de privacy en worden met een OFGR voorkomen.

Vanaf 2020 zijn ondernemingen verplicht om hun eigenaren of de personen die zeggenschap hebben in een UBO-register in te schrijven. UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner, ofwel de natuurlijk persoon die uiteindelijk eigenaar is of de zeggenschap heeft over een juridische entiteit. Inmiddels is een wetsvoorstel ingediend dat de invoering van een UBO-register regelt. Duidelijk is dat zowel de spaar-BV als het OFGR vallen onder deze verplichting.

Bestaande vennootschappen en entiteiten moeten in het UBO-register worden ingeschreven binnen achttien maanden na inwerkingtreding van de implementatiewet (naar verwachting per 10 juli 2021). De verplichting geldt voor participanten in een OFGR met een belang van meer dan 25%. In het openbare gedeelte van het register worden vermeld: voor- en achternaam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonstaat en aard en omvang van het economische belang.

Beleid Ministerie over OFGR

Het Ministerie van Financiën is niet blij met het verschijnsel van het OFGR. Op basis van een zogenaamd WOB-verzoek is intern beleid van het Ministerie gepubliceerd op basis waarvan de Belastingdienst in de praktijk kan toetsen of daadwerkelijk sprake is van een OFGR. Vooral de standpunten van het Ministerie over de ‘overheersende participant’ en minderjarigen trekken daarbij de aandacht.

Bij overheersende participant 90/10 is sprake van ‘gemene rekening’

Van ‘gemene rekening’ is volgens het Ministerie geen sprake als een overheersende participant de overige participanten erbij heeft gezocht om naar de vorm sprake te doen zijn van ‘gemene rekening’. Als twee (overigens voldoende onafhankelijke) participanten door middel van een fonds beleggen en de ene participant heeft een aandeel van 10% en de andere van 90% dan kan er (volgens het Ministerie) van worden uitgegaan dat nog net sprake is van ‘gemene rekening’.

Er wordt niet aangegeven wat wordt verstaan onder ‘het erbij zoeken van overige participanten’. Dit lijkt mij in de praktijk ook lastig aan te tonen. Verder valt op dat wordt gesproken over ‘overigens voldoende onafhankelijke participanten’. Dit zou kunnen wijzen op een bestrijding van het OFGR in familiesituaties. Uit de praktijk is mij echter slechts bekend dat door de Belastingdienst wordt getoetst aan het 90%-criterium. Ook dit criterium is echter niet een wettelijke voorwaarde en kan wellicht succesvol rechtelijk worden bestreden.

Minderjarige participanten kan acceptatie OFGR verhinderen

Als de participant tevens de wettelijke vertegenwoordiger van de andere participant(en) is, is er geen sprake van vrij verhandelbare deelbewijzen. De wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige voert immers het bewind over het vermogen van de minderjarige. De minderjarige is zelf bevoegd rechtshandelingen te verrichten, mits de minderjarige toestemming heeft van de wettelijke vertegenwoordiger. Er kan dan geen sprake zijn van een OFGR volgens het Ministerie.

Het lijkt erop dat het OFGR niet wordt geaccepteerd zodra er een minderjarige participant met een ouder participeert in het fonds. Volgens een beleidsbesluit van de Staatssecretaris van Financiën is echter sprake van vrije verhandelbaarheid, indien voor de vervreemding van de participaties niet de toestemming van alle participanten nodig is. Dit criterium is in tegenspraak met het bovenvermelde standpunt over minderjarigen. Immers voor vervreemding van een participatie van de minderjarige is de toestemming nodig van een ouder, maar is niet de toestemming nodig van ALLE overige participanten. Het fonds zou dan nog steeds als open aangemerkt moeten worden, omdat de participaties vrij verhandelbaar zijn.

Opzetten van een OFGR

Het OFGR heeft duidelijk fiscale voordelen vergeleken bij beleggen in box 3 bij lage verwachte rendementen. Het beschreven voorbeeld toont dit duidelijk aan. Op simpele wijze kan jaarlijkse duizenden euro’s aan box 3-heffing worden bespaard, omdat dan het werkelijke rendement van het vermogen wordt belast.

Wel moet bij het opzetten van een OFGR beoordeeld worden of bovenvermeld beleid van het Ministerie een probleemloze acceptatie door de Belastingdienst in de weg staat. Voor een OFGR volstaat een (zeer) simpele administratie en een jaarlijkse aangifte vennootschapsbelasting. Het OFGR heeft lage kosten en weinig formaliteiten (ook de opheffing kan eenvoudig geregeld worden).

Wijziging van box 3-heffing op spaargeld wordt niet ingevoerd vóór 2022. In de tussentijd blijft het OFGR een goede mogelijkheid om de hoge belastingheffing op spaargeld te voorkomen. Realisatie van een OFGR vóór 1 januari 2020 is een ‘must’ om box 3-heffing over 2020 te vermijden.

Vragen?

Inmiddels heb ik al meerdere cliënten succesvol aan een OFGR geholpen. Indien u vragen hierover heeft, neem dan vrijblijvend contact op.

Auteur

Miedema_Gerben_foto1.jpg

drs. Gerben Miedema

Gerben Miedema | Fiscalist
Groningen
Specialisme(n): Holdingstructuren, personenvennootschappen (vof/cv/mts), bedrijfsopvolging, agro-fiscaliteit en zeescheepvaart /tonnageregeling
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Volg ons op

 
Fiscaal nieuws ontvangen?

Fiscaal nieuws ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief met fiscale updates en ontwikkelingen. Gegevensverwerking en verzending overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu uw mailbox

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

Fiscaalconsult © 2019. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Ready for Online Business
1
0
1