Informatiebeschikking volgens Gerechtshof terecht afgegeven, ondanks omvangrijke vragenbrief

Er is geen sprake van een ongeoorloofde ‘fishing expedition’
Aan een oprichting/advisor van een detacheringsbedrijf werden door de inspecteur vragen gesteld over een naar Panamees recht opgerichte Private Foundation en over op Panama en Cyprus gevestigde vennootschappen. Volgens een Hofuitspraak op 22 mei 2018 zijn er onvoldoende inspanningen gedaan om de gevraagde informatie boven water te krijgen. De belastingplichtige krijgt alsnog tijd om aan deze verplichting te voldoen.
3 jan 2019 Laatst gewijzigd: 20 jan 2019 Jurisprudentie mr. Hans Sligchers

Hoge Raad laat Hofuitspraak in stand

De Hoge Raad heeft in het arrest van 30 november 2018, nr. 18/01881 (ECLI:NL:HR:2018:1640) geoordeeld dat het door belanghebbende tegen de uitspraak van 22 maart 2018 van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, nummers 16/03716 tot en met 16/03719 (ECLI:NL:GHSHE:2018: 1640) voorgestelde middel niet tot cassatie kan leiden. Naar het oordeel van de Hoge Raad behoeft dit, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen motivering, ‘nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Het oordeel van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch blijft dus in stand.

Wat houdt de informatieverplichting in?

In artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is bepaald dat eenieder verplicht is de inspecteur desgevraagd gegevens en inlichtingen te verschaffen. Verder dient eenieder boeken, bescheiden en andere gegevensdrager of de inhoud daarvan aan de inspecteur beschikbaar te stellen als die voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn. De Hoge Raad heeft onder andere in de arresten van 18 april 2003, nr. 38 122, ECLI:NL:HR:2003:AF7498 en 18 december 2015, nr. 15/00040, ECLI:NL:HR:2015:3603, geoordeeld dat voor het bestaan van die verplichting niet noodzakelijk is dat het vaststaat dat die gegevens van belang zijn. Voldoende is dat die gegevens van belang kunnen zijn voor de belastingheffing, omdat die opheldering zouden kunnen geven of belanghebbende belastbare inkomsten of vermogen heeft genoten. In een recent arrest heeft de Hoge Raad overwogen dat het bij het verstrekken van gegevens en inlichtingen moet gaan om gegevens van feitelijke aard (HR 20 oktober 2017, nr. 16/05582, ECLI:NL:HR:2017: 2654). In het arrest van 25 april 2015, nr. 14/02416, ECLI:NL:HR:2015:1130 bepaalde de Hoge Raad dat de informatieverplichtingen zich slechts uitstrekken tot de informatie waarover de belasting-plichtige beschikt of waarover hij met de redelijkerwijs van hem te verwachten inspanning kan beschikken.

Informatiebeschikking leidt tot omkering en verzwaring bewijslast

Indien de inspecteur van mening is dat de belastingplichtige hem niet alle gevraagde gegevens en inlichtingen heeft verschaft, kan hij bij het vaststellen van de betreffende aanslag afwijken van de door de  belastingplichtige ingediende aangifte en die aanslag – in alle redelijkheid – naar eigen inzicht vaststellen. Tot 1 juli 2011 was het enkel stellen dat de belastingplichtige niet aan zijn informatieverplichtingen voldoende om de zogeheten omkering en verzwaring van de bewijslast in te roepen. Bij betwisting van de aanslag was het dan aan de belastingplichtige om te doen blijken dat en in hoeverre die aanslag onjuist was. Vanuit de fiscale praktijk is lange tijd gestreden voor een vorm van rechtszekerheid omtrent de rechtmatigheid van door de inspecteur gestelde vragen. Dit heeft uiteindelijk ertoe geleid, dat de inspecteur met ingang van 1 juli 2011 ter zake van het niet voldoen aan de informatieverplichtingen nog slechts de omkering en verzwaring van de bewijslast kan koppelen als sprake is van een onherroepelijk vaststaande informatiebeschikking.

De procedure voor het Gerechtshof

Belanghebbende heeft in 2003 met zijn toenmalige zakenpartner een bedrijf opgestart, dat zich bezig hield met het detacheren van personeel aan banken. In 2006 heeft een herstructurering plaatsgevonden, waarbij de volgende structuur is ontstaan:

Op advies van het Haags Juristen College en de Freemount Group heeft in 2007 een verdere structuurwijziging plaatsgevonden, waarbij de aandelen van de tussenhoudster D Ltd werden verkocht aan de nieuwe in Nederland gevestigde R Ltd, waarvan de aandelen werden gehouden door de op Cyprus gevestigde Q Ltd, waarvan de aandelen deel uitmaakte van een Panamese structuur met aan het hoofd een tweetal Private Foundations. Binnen Private Foundation M werd een afzonderlijke Nexus ingesteld. Bij Nexus 704 werd belanghebbende per 10 april 2007 als ‘advisor’ betrokken. Deze Nexus had geen begunstigden. De hierna volgende structuur is aldus ontstaan:

Van belang is dat belanghebbende in 2009 een uitkering van € 222.102,30 heeft ontvangen op zijn bankrekening in Luxemburg. Belanghebbende heeft dit bedrag niet in zijn aangifte vermeldt. De betreffende Luxemburgse rekening heeft hij twee maanden na ontvangst van dit bedrag gesloten.
Ook in 2010 ontving belanghebbende geld van de Private Foundation, te weten € 3.673,39. Ook dat bedrag vermeldde hij niet in zijn aangifte.
Nexus 704 is op 4 mei 2010 ontbonden. In de ontbindingsbeslissing is vermeld dat Nexus 704 op dat moment geen bezittingen van significante waarde had.
Uit stukken die belanghebbende desgevraagd aan de inspecteur had verstrekt, blijkt dat Nexus 704 in 2009 had besloten om aan belanghebbende een gift van € 226.000 te doen. De hiervoor genoemde betalingen waren daarvan het gevolg.

Inspecteur stelt boekenonderzoek en komt met omvangrijke vragenbrief

Op 30 oktober 2012 stelt de inspecteur bij belanghebbende een boekenonderzoek in, in eerste instantie over het jaar 2010, hetgeen bij brief van 15 april 2013 is uitgebreid tot de jaren 2008 tot en met 2012. In het kader van het onderzoek heeft de inspecteur aan belanghebbende vragen gesteld over betrokkenheid bij een trust of foundation en of hij toegang heeft tot buitenlandse bankreke-ningen. Belanghebbende vermeldt zijn voormalige betrokkenheid bij de Private Foundation, dat hij hiervan een schenking heeft ontvangen en dat hij een bankrekening in Luxemburg heeft gehad. Dit leidt, na verstrekking van aanvullende gegevens en een mondelinge toelichting van belang-hebbende, tot een omvangrijke vragenbrief van de inspecteur. Uit de stukken die belanghebbende dan overlegt, blijken dividenduitkeringen en betalingen door R Ltd van in totaal € 1.084.000. De inspecteur gaat over tot het afgeven van informatiebeschikkingen, omdat hij vindt dat belangheb-bende de gestelde vragen niet volledig heeft beantwoord. Belanghebbende tracht in dat kader nog aanvullende informatie te verkrijgen bij Freemont Group, maar dat levert niets op.

Is sprake van een fishing expedition?

Het Hof is van mening dat geen sprake is van een fishing expedition. Op basis van de stukken van het dossier concludeert het Hof dat de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de gevraagde gegevens en inlichtingen voor de belastingheffing van belanghebbende van belang zouden kunnen zijn. Belanghebbende was voorheen aandeelhouder en bestuurder van de inmiddels verkochte V-Groep. Ook na de overdracht was belanghebbende nog bij de nieuwe structuur betrokken, niet alleen bij de nog in Nederland gevestigde vennootschappen, maar ook als advisor van Nexus 704. De inspecteur had, onder verwijzing naar brieven van de voormalige zakenpartner van belanghebbende daaromtrent, verder gesteld dat belanghebbende feitelijk zelfs in de positie was om de gehele structuur weer te ontmantelen. Volgens de inspecteur was dit ook geenszins denkbeeldig. Belanghebbende heeft dit niet weersproken, maar stelde dat het de inspecteur te doen was om inzicht te krijgen over de structuur. Het Hof vindt van niet, welk oordeel in cassatie in stand is gebleven.

Beschikt belanghebbende over de gevraagde informatie of kan hij hierover beschikken?

Hoewel belanghebbende stelt dat zijn betrokkenheid als advisor bij Nexus 704 er niet toe leidt dat hij beschikt dan wel kan beschikken over de door de inspecteur gevraagde informatie, gaat het Hof hierin niet met belanghebbende mee. Een aantal door de inspecteur gestelde vragen zien volgens het Hof op zaken waarbij hij rechtstreeks betrokken is geweest. Hierover zou hij dus moeten beschikken. Het Hof acht aannemelijk dat de voor de beantwoording van die vragen benodigde documenten ook daadwerkelijk bestaan, hetgeen belanghebbende kennelijk ook niet betwist. De inspecteur heeft een brochure van HJC overgelegd, waaruit naar het Hof aannemelijk acht dat belanghebbende de gehele buitenlandse structuur en de daarbij behorende diensten van onder andere Freemont Group als ‘product’ heeft afgenomen. Het Hof heeft vastgesteld dat de feitelijke structurering bij belanghebbende overeenkomst met de beschrijving in de brochure. Uit de brochure blijkt dat een advisor betrokken kan worden bij bepaalde besluiten en dat aan een advisor rechten kunnen worden ontleend om stukken op te vragen. Volgens het Hof beschikt belanghebbende over de gevraagde informatie of kan hij hierover beschikken.

Heeft belanghebbende voldoende inspanningen betracht om over de gevraagde informatie te kunnen beschikken?

Het Hof vindt dat belanghebbende onvoldoende gedaan heeft. Het Hof acht aannemelijk dat belanghebbende feitelijk in staat is om de gevraagde informatie te verkrijgen. Het Hof stelt vast dat belanghebbende geen serieuze poging heeft ondernomen om de informatie via een gerechtelijke procedure af te dwingen. Belanghebbende had daartoe wel een offerte opgevraagd, maar heeft uiteindelijk besloten om die gerechtelijke procedure niet op te starten. Die beslissing komt volgens het Hof voor rekening van belanghebbende.

Het oordeel van het Hof

De inspecteur heeft terecht de in geding zijnde informatiebeschikking afgegeven. Overeenkomstig de eerdere beslissing van de rechtbank (Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juli 2016, nummers BRE 15/3928 tot en met 15/3931, ECLI:NL:RBZWB:2016:4551) krijgt belanghebbende twee maanden de tijd om de door de inspecteur gevraagde informatie te verstrekken.

En nu?

Het is dus aan belanghebbende om ervoor te zorgen dat hij de gevraagde informatie alsnog aan de inspecteur verstrekt. Het Hof lijkt in de beslissing ver te gaan door te beslissen dat de gevolgen voor het niet opstarten van een gerechtelijke procedure om alsnog de verlangde informatie te verkrijgen voor rekening van belanghebbende komen. De Hoge Raad heeft in het arrest van 13 november 2015, nr. 15/00014, ECLI:NL:HR:2017:3273, al overwogen, dat voor zover de inspecteur verlangt dat de belanghebbende hem specifiek aangeduide bescheiden of op gegevensdragers vastgelegde informatie ter beschikking stelt, van belang is dat belanghebbende een beroep had kunnen doen en behoren te doen op de bijstand van een derde en door diens tussenkomst (tijdig) aan het verzoek had kunnen worden voldaan.

Conclusie

De informatieverplichtingen strekken ver, zodra de inspecteur aannemelijk maakt dat de gevraagde gegevens en informatie van belang kan zijn voor de belastingheffing van de betreffende belastingplichtige. Als aannemelijk is dat gevraagde stukken bestaan, is van een ongeoorloofde fishing expedition geen sprake. Als de belastingplichtige hierover beschikt of kan beschikken, dient hij de gevraagde stukken ook over te leggen, ook als dat betekent dat hij eerst een gerechtelijke procedure moet starten om die stukken zelf te verkrijgen. Voldoet hij niet (volledig) aan de informatieverplichtingen, dan kan hij geconfronteerd worden met de omkering en verzwaring van de bewijslast als sprake is van een voldoende ernstig verzuim.

Wordt u geconfronteerd met een uitgebreide vragenbrief of is reeds een informatiebeschikking opgelegd? Bij vragen kunt u altijd vrijblijvend contact met mij opnemen.

Auteur

Sligchers_Hans_foto.jpg

mr. Hans Sligchers

Advocatenkantoor mr. Sligchers
Maastricht
Specialisme(n): Fiscaal procesrecht, invordering, fiscaal strafrecht
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Volg ons op

 
Fiscaal nieuws ontvangen?

Fiscaal nieuws ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief met fiscale updates en ontwikkelingen. Gegevensverwerking en verzending overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu uw mailbox

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

Fiscaalconsult © 2019. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Ready for Online Business
1
0
1