Inspecteur voert geen nadere controle op aangifte uit en begaat ambtelijk verzuim

Navordering vennootschapsbelasting niet toegestaan, omdat niet aan onderzoeksplicht is voldaan, aldus Rechtbank Den Haag
Om te kunnen navorderen dient de inspecteur te beschikken over een nieuw feit. Van een nieuw feit wordt gesproken als sprake is van een feit dat de inspecteur niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn. De inspecteur heeft dus een bepaalde onderzoeksplicht. Indien de inspecteur verzuimt aan de op hem rustende onderzoeksplicht te voldoen begaat hij een ambtelijk verzuim. Volgens een uitspraak van Rechtbank Den Haag van februari 2019 was sprake van zo’n ambtelijk verzuim en dit staat de inspecteur navordering in de weg.
2 jul 2019 Laatst gewijzigd: 16 aug 2019 Jurisprudentie mr. Samad Laghmouchi MBA

In de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3177, kwam de vraag aan de orde of de inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering van vennootschapsbelasting rechtvaardigde.

Het vereiste van een nieuw feit

Voor navordering is een nieuw feit vereist. Het gaat dan dus niet om veranderde inzichten omtrent het recht of een andere interpretatie van de feiten. De inspecteur moet daarbij de nodige zorgvuldigheid bewaken voordat deze een navorderingsaanslag oplegt.

Volgens de Hoge Raad (HR 16 april 2010, nr. 08/05088 (ECLI:NL:HR:2010:BJ9082) mag de inspecteur als uitgangspunt vertrouwen op de juistheid van de gegevens in een aangifte. Een nader onderzoek is dus in beginsel niet nodig. Nader onderzoek is daarentegen wel nodig wanneer met een normale zorgvuldigheid de inhoud van een aangifte te hebben gezien aan de juistheid van de in die aangifte opgenomen gegevens in redelijkheid moet worden getwijfeld.

Of sprake is van een nieuw feit moet per post in de aangifte worden beoordeeld. Het is aan de belastingplichtige om te stellen dat en waarom de inspecteur niet over een nieuw feit beschikt. De inspecteur kan vervolgens aannemelijk maken waarom wel sprake is van een nieuw feit.

Of sprake is van een nieuw feit verlangt dus een redelijk casuïstische benadering. Uit rechtspraak kan ter zake de op de inspecteur rustende zorgvuldigheid onder meer het volgende worden afgeleid:

  1. De inspecteur mag als uitgangspunt vertrouwen op de juistheid van de gegevens in een aangifte. Dit is des te meer het geval wanneer de aangifte een verzorgde indruk wekt;
  2. Wanneer een belastingplichtige meerdere jaren heeft laten zien dat deze op een onjuiste methode van boekhouden hanteert en de inspecteur dit in een voorgaande jaar nog had geconstateerd mag de inspecteur niet zonder nader onderzoek een aanslag vaststellen;
  3. Indien uit de aangifte de fout direct kenbaar is kan de inspecteur niet zonder nader onderzoek een aanslag vaststellen;
  4. Andere informatie die in het dossier aanwezig zijn mag de inspecteur in beginsel niet negeren bij het vaststellen van de aanslag;
  5. Het ontbreken van een toelichting of specificatie doet op zich geen onderzoeksplicht ontstaan.

In verband met laatstgenoemd punt is het interessant dat de rechtbank Den Haag d.d. 4 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3177, heeft geoordeeld dat de combinatie van een beroep op tegenbewijs zonder toevoeging van een specificatie tot een onderzoeksplicht van de inspecteur leidt.

Het oordeel van de rechtbank Den Haag

De rechtbank Den Haag moest recentelijk oordelen in een zaak waarbij een B.V. € 850.000 leende van een verbonden vennootschap voor de aankoop van aandelen in een andere groepsvennootschap. De lening had een looptijd van 15 jaar en de B.V. was jaarlijks 5% rente verschuldigd over de hoofdsom. Deze rente werd door de B.V. gedurende een aantal boekjaren ten laste van het resultaat gebracht.

In geschil was de aftrekbaarheid van de rente, omdat de lening van een verbonden vennootschap is verkregen voor de verwerving van aandelen in een (andere) verbonden vennootschap. Volgens de inspecteur was sprake van een nieuw feit waardoor hij kon navorderen. Dat in de aangifte rente in aftrek is gebracht en dat een beroep werd gedaan op de tegenbewijsregeling van artikel 10a Wet VPB gaven volgens de inspecteur geen aanleiding om aan de juistheid van de aangiften te twijfelen.

De rechtbank volgt het standpunt van de inspecteur echter niet. Overwogen werd dat de B.V. gedurende een aantal jaren in de aangiften had aangegeven dat zij van mening was dat de tegenbewijsregeling van artikel 10a Wet VPB van toepassing was. De in de aangifte gevraagde specificatie ter onderbouwing van de tegenbewijsregeling was echter niet bij de aangifte gevoegd. Op basis van dit gegeven had de inspecteur nader onderzoek naar de aangiften moeten doen. Als de inspecteur wel nader onderzoek had gedaan, dan was twijfel bij de inspecteur gerezen en had de inspecteur kunnen weten dat de tegenbewijsregeling niet van toepassing was. De inspecteur heeft echter nagelaten nader onderzoek te plegen. Zo heeft de inspecteur ook nagelaten nadere gegevens en informatie bij de B.V. op te vragen. De rechtbank concludeert dat de inspecteur hiermee een ambtelijk verzuim heeft begaan.

Relevant in deze zaak is overigens dat de inspecteur in latere jaren wel om bewijsstukken inzake de toepassing van de tegenbewijsregeling had gevraagd.

Praktijktip bij navorderingen

Deze uitspraak laat zien dat een navorderingsaanslag op verschillende aspecten beoordeeld kan worden. Zo moet een navorderingsaanslag onder meer niet alleen tijdig zijn opgelegd maar zijn er ook andere eisen verbonden aan de bevoegdheid van de inspecteur om na te vorderen. Een van die eisen is de aanwezigheid van een nieuw feit. De hiervoor besproken uitspraak van de rechtbank Den Haag laat zien dat het zeker geen vanzelfsprekendheid is dat sprake is van een nieuw feit.

Indien u dus geconfronteerd wordt met een navorderingsaanslag kan het zijn dat het ontbreken van een nieuw feit een belangrijk argument vormt om de navorderingsaanslag geheel van tafel te krijgen.

Heeft u een specifieke zaak onderhanden, waarover u met mij wilt sparren? Neem dan gerust contact op.

Auteur

Laghmouchi_Samad_foto.jpg

mr. Samad Laghmouchi MBA

Laghmouchi Law
Utrecht
Specialisme(n): Internationaal belastingrecht, vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, ANBI’s, geschillen met Belastingdienst
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Volg ons op

 
Fiscaal nieuws ontvangen?

Fiscaal nieuws ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief met fiscale updates en ontwikkelingen. Gegevensverwerking en verzending overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu uw mailbox

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

Fiscaalconsult © 2019. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Ready for Online Business
1
0
1