"Quick fixes" BTW ten behoeve van internationale handel binnen de EU per 1 januari 2020

Let op bij intracommunautaire leveringen, consignatieleveringen en ketentransacties
Met ingang van 1 januari 2020 treden nieuwe regels in werking met betrekking tot de heffing van BTW ten aanzien van internationale handel en vervoer van goederen. Het doel hiervan is om de nationale regelingen binnen de EU te harmoniseren, het bestrijden van fraude en het wegnemen van belemmerende regelgeving.
17 sep 2019 Laatst gewijzigd: 4 okt 2019 Kennis mr. Carola van Vilsteren

De wijzigingen die op 1 januari 2020 in werking treden, hebben betrekking op:

1) Intracommunautaire leveringen

        • Voorwaarden toepassen 0%-BTW

        • Bewijs voor intracommunautaire leveringen

2) Voorraad op afroep / consignatieleveringen

3) Ketentransacties

Hieronder zullen wij de verschillen met de nieuwe regelingen kort toelichten.

1. intracommunautaire leveringen

Het BTW-nultarief is van toepassing op intracommunautaire leveringen van goederen. Van een intracommunautaire levering is sprake als:

  1. De goederen in het kader van die levering worden verzonden of vervoerd naar een andere EU-lidstaat én
  2. Deze goederen aldaar zijn onderworpen aan de heffing van BTW ter zake van een intracommunautaire verwerving.

De ondernemer kan alleen aanspraak maken op toepassing van het nultarief als de toepasselijkheid daarvan uit zijn boeken en bescheiden blijkt. Hij moet daarom kunnen bewijzen dat:

  • Het transport naar een andere lidstaat heeft plaatsgevonden, én
  • De levering in het bestemmingsland aan een ondernemer heeft plaatsgevonden.

In Nederland geldt een vrije bewijsleer en het transport kan op verschillende manieren worden aangetoond aan de hand van een combinatie van de volgende documenten:

  • Een ingevuld en ondertekende CMR-vrachtbrief,
  • Betalingsbewijzen (uit het buitenland),
  • Correspondentie met een buitenlandse afnemer,
  • Een afhaalverklaring,
  • Pakbonnen,
  • Kopiefacturen waarop voor ontvangst is getekend,
  • Een verklaring van de vervoersonderneming

Hoewel ook bewezen moet worden, dat de goederen in de EU-lidstaat van bestemming zijn onderworpen aan de heffing van BTW ter zake van een intracommunautaire verwerving, hoeft niet te worden aangetoond dat die heffing ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Voldoende is, dat wordt aangetoond dat de goederen aldaar zijn afgenomen door een BTW-ondernemer. De afnemer moet daarvoor wel worden geïdentificeerd en er moet worden gecontroleerd of hij een geldig BTW-identificatienummer heeft. Hoewel formeel ook wordt geëist, dat het -geldige- BTW-identificatienummer van de afnemer ook op de factuur wordt vermeld, mag door het enkele ontbreken daarvan het nultarief niet geweigerd worden.

Twee van de vier quick fixes in de BTW gaan over aanpassing van de toepassing van het BTW-nultarief op intracommunautaire leveringen per 1 januari 2020.

1.1. Voorwaarden toepassen 0%-BTW

Met ingang van 1 januari 2020 wordt dit een materiële eis. Als de leverancier geen geldig BTW-identificatienummer van de afnemer op zijn factuur vermeldt, dan mag hij het 0% BTW niet meer toepassen.

Daarnaast moet de ondernemer verplicht een Opgaaf intracommunautaire prestaties indienen, waarop het correcte BTW-identificatienummer van de afnemer wordt vermeld. Dus geen BTW-identificatienummer betekent geen toepassing 0% BTW.

1.2 Bewijs voor intracommunautaire leveringen

Vanaf 1 januari 2020 is sprake van een weerlegbaar bewijsvermoeden van een intracommunautaire levering, zodra de leverancier ten minste twee bewijsstukken overlegt, die:

  1. Niet tegenstrijdig zijn aan elkaar, én
  2. Onafhankelijk van elkaar zijn opgesteld.
  3. Verkoper is in bezit van ten minste 2 niet tegenstrijdige bewijzen afgegeven door 2 (onafhankelijke) verschillende partijen ondergetekende CMR, cognossement, factuur, (lucht)vrachtvervoer
    Of
  4. Verkoper is in bezit van tenminste 1 van de hiervoor genoemde bewijzen en vervoersverzekering of bankdocumenten die vervoer aantonen, bevestiging aankomst door officiële instantie, ontvangstbewijs van opslag goederen in lidstaat aankomst.

Denk daarbij bijvoorbeeld aan een correct, volledig en 3 maal ondertekend CMR-document in combinatie met een bankafschrift van de betaling voor het vervoer.

1.3 Conclusie

Voor Nederlandse ondernemers leiden de bovenstaande 2 quick fixes, dus tot een verzwaring van de bewijslast om aanspraak te kunnen maken op het BTW-nultarief, door de verplichte vermelding van het juiste en dus in VIES geverifieerde BTW-identificatienummer van de afnemer en de noodzaak om bij iedere intracommunautaire levering het grensoverschrijdende goederenvervoer te kunnen aantonen door twee onafhankelijk van elkaar opgemaakte en elkaar niet tegensprekende documenten te kunnen overleggen. Ondernemers die te maken hebben met intracommunautaire transacties of intracommunautair goederenvervoer moeten hun dossiervoering op dit punt wel op orde hebben. Het is aan te raden om ons in een vroegtijdig stadium mee te laten kijken bij de advisering aan deze cliënten, zodat zij voor 1 januari 2020 de administratieve systemen op orde hebben inclusief de juiste documentatie om 0% BTW toe te mogen passen.

2. Consignatieleveringen / voorraad op afroep

Het gaat om de volgende leveringen:

  1. Ondernemer A brengt eigen goederen over naar ondernemer B in een andere EU-lidstaat. De eigendom van deze goederen blijft in eerste instantie bij A, waardoor ondernemer B ook nog niet hoeft te betalen,
  2. Ondernemer B houdt de goederen van ondernemer A in zijn magazijn, waardoor ondernemer B de goederen:

•  Kan verkopen en (direct) leveren aan zijn afnemers (→ B houdt de goederen in consignatie), of

• Op een door B gewenst moment aan de voorraad kan onttrekken voor eigen gebruik (→ de goederen bevinden zich in B’s voorraad op afroep).

Zonder nadere regelingen verricht ondernemer A voor het naar een andere EU-lidstaat overbrengen van zijn eigen goederen een fictieve intracommunautaire levering in de lidstaat van vertrek, gevolgd door een fictieve intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst van de goederen.
Op het moment, waarop ondernemer A de goederen daadwerkelijk aan ondernemer B levert, verricht A een lokale levering in de lidstaat waar de goederen zich bevinden op het moment van afname door B.

Doordat ondernemer A een fictieve intracommunautaire verwerving verricht in de lidstaat waar het vervoer eindigt, moet hij zich in die lidstaat registreren voor BTW doeleinden met alle administratieve verplichtingen en praktische problemen van dien.

Om aan die praktische problemen tegemoet te komen, geldt in Nederland op dit moment de goedkeuring, dat de fictieve intracommunautaire verwerving in Nederland door ondernemer A buiten de heffing van BTW blijft. Op het moment, waarop ondernemer B de in consignatie gehouden goederen verkoopt, of onttrekt aan de voorraad op afroep vindt er een intracommunautaire levering plaats door ondernemer A en een intracommunautaire verwerving door ondernemer B. Ondernemer B moet van de uit consignatie verkochte of de uit de voorraad op afroep onttrokken goederen in zijn administratie aantekening houden.

Een dergelijke goedkeuring geldt niet in alle EU-lidstaten en om de regelgeving binnen de EU te harmoniseren en eventuele belemmeringen in andere EU-lidstaten weg te nemen, wordt er vanaf 1 januari 2020 een nieuwe regeling ingevoerd, waarin het volgende is bepaald.

Als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, dan mogen de in consignatie of voorraad op afroep geplaatste goederen vanaf 1 januari 2020 gedurende 12 maanden bij ondernemer B liggen en vindt er pas een intracommunautaire levering van ondernemer A aan ondernemer B plaats, op het moment waarop ondernemer B de goederen voor eigen gebruik aan de voorraad op afroep onttrekt of vanuit consignatie aan zijn afnemer levert.

De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, zijn:

1)  De goederen worden door (of voor rekening) van ondernemer A vervoerd naar ondernemer B,

2)  Ondernemer B is:

•  Voor BTW doeleinden geïdentificeerd in de lidstaat waarnaartoe de goederen worden verzonden of vervoerd, én

•  Zijn identiteit én het BTW-identificatienummer dat door die lidstaat aan hem is toegekend, zijn bij ondernemer A bekend op het tijdstip waarop de verzending of het vervoer aanvangt;

3)  Zowel ondernemer A als ondernemer B houden een register bij van de in consignatie of voorraad op afroep afgeleverde goederen.

4)  Ondernemer A moet het overbrengen aangeven in een nieuwe post in zijn ICP-listing, onder vermelding van het BTW-identificatienummer van ondernemer B.

Heeft de uiteindelijke levering van de goederen door ondernemer A aan ondernemer B niet binnen 12 maanden na de overbrenging plaatsgevonden, dan vindt er op het moment van verstrijken van die termijn waarop alsnog een fictieve intracommunautaire verwerving plaats door ondernemer A in het land waar de goederen naartoe zijn overgebracht.

Het register dat door iedere ondernemer, die in het kader van deze regeling goederen overbrengt, moet worden bijgehouden bevat de volgende informatie:

  1. De lidstaat waaruit de goederen zijn verzonden of vervoerd, en de datum van verzending of vervoer van de goederen;
  2. Het BTW-identificatienummer van de belastingplichtige voor wie de goederen zijn bestemd, toegekend door de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd;
  3. De lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd, het BTW-identificatienummer van de entrepothouder,
  4. Het adres van het entrepot waar de goederen bij aankomst worden opgeslagen en de datum van aankomst van de goederen in het entrepot;
  5. De waarde, de beschrijving en de hoeveelheid van de in het entrepot aangekomen goederen;
  6. Indien van toepassing, het BTW-identificatienummer van de belastingplichtige die binnen de termijn van 12 maanden de onder punt 2 bedoelde belastingplichtige vervangt;
  7. De maatstaf van heffing, de beschrijving en de hoeveelheid van de geleverde goederen en de datum waarop de intracommunautaire levering van de goederen plaatsvindt, en het BTW-identificatienummer van de koper;
  8. De maatstaf van heffing, de beschrijving en de hoeveelheid van de goederen, de datum en de respectieve grond waarop niet langer aan één van de voorwaarden van deze regeling is voldaan;
  9. De waarde, de beschrijving en de hoeveelheid van de teruggezonden goederen en de datum van terugzending van de goederen.

Het register dat moet worden bijgehouden door elke ondernemer aan wie goederen worden geleverd in het kader van deze regeling:

  1. Het BTW-identificatienummer van de belastingplichtige die goederen overbrengt in het kader van regelingen inzake voorraad op afroep;
  2. De beschrijving en de hoeveelheid van de voor hem bestemde goederen;
  3. De datum van aankomst in het entrepot van de voor hem bestemde goederen;
  4. De maatstaf van heffing, de beschrijving en de hoeveelheid van de aan hem geleverde goederen en de datum waarop de intracommunautaire verwerving van de goederen plaatsvindt;
  5. De beschrijving en de hoeveelheid van de goederen en de datum waarop de goederen in opdracht van de onder 1 bedoelde belastingplichtige uit het entrepot worden verwijderd;
  6. De beschrijving en de hoeveelheid van de vernietigde of verdwenen goederen en de datum van vernietiging, verlies of diefstal van de voordien in het entrepot aangekomen goederen of de datum waarop de vernietiging of verdwijning van de goederen is vastgesteld.

3. Ketentransacties / ABC-transacties

De laatste quick fix bevat een regeling voor ketentransacties, niet zijnde zogenoemde (vereenvoudigde) ABC-leveringen. Op dit moment bestaat noch in de BTW-Richtlijn noch in de Nederlandse wet een specifieke bepaling voor het soort ketentransacties, dat met behulp van deze quick fix wordt geregeld.

Met ketentransacties worden opeenvolgende leveringen tussen ondernemers van dezelfde goederen bedoeld die aan één intracommunautair vervoer of intracommunautaire verzending zijn onderworpen. (Voorbeeld: de opeenvolgende leveringen van dezelfde goederen door A → B + B → C + C → D, waarbij die goederen één keer intracommunautair worden vervoerd of verzonden van A naar D)

Het maakt hierbij niet uit hoeveel schakels er in de (handels)keten zitten en in hoeveel lidstaten de ondernemers, die tot de keten behoren, zijn gevestigd of voor de BTW zijn geïdentificeerd. Het vervoer of de verzending van de goederen vangt aan bij de eerste ondernemer in de keten die levert en de goederen gaan rechtstreeks naar de laatste afnemer in de keten. De keten bestaat uit diverse leveringen en aan één van die leveringen moet dit intracommunautaire vervoer worden toegeschreven. Van al deze leveringen is er namelijk maar één levering die als intracommunautaire levering heeft te gelden. Alleen die levering kan belast worden met 0% BTW en dient gepaard te gaan met de listingverplichting.

De nieuwe regeling per 1 januari 2020 bepaalt aan welke van de opvolgende leveringen in de keten het intracommunautair vervoer of de verzending moet worden toegeschreven. Alleen die levering wordt dan aangemerkt als de intracommunautaire levering belast met 0% BTW. De overige leveringen binnen de keten worden aangemerkt als binnenlandse leveringen voorafgaand aan de intracommunautaire levering, ofwel binnenlandse leveringen volgend op de intracommunautaire verwerving.
De leveringen in de keten die voorafgaan aan de intracommunautaire levering zijn binnenlandse leveringen die plaatsvinden in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen in de keten die volgen op de intracommunautaire verwerving zijn binnenlandse leveringen die plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van het intracommunautaire vervoer.

Het intracommunautaire vervoer van de goederen wordt toegerekend aan de levering aan of door “de tussenhandelaar”, zodat voor de toepassing van deze regeling eerst moet worden bepaald wie in de keten die betreffende tussenhandelaar is aan wie het intracommunautaire vervoer of de intracommunautaire verzending wordt toegeschreven.

De tussenhandelaar wordt gedefinieerd als:
“Die leverancier in de keten die de goederen ofwel zelf verzendt of vervoert ofwel voor zijn rekening door een derde laat verzenden of vervoeren én die niet de eerste leverancier in de keten is.”

Als vast staat wie de tussenhandelaar is, zijn er twee mogelijkheden:

  1. De intracommunautaire levering vindt plaats aan die tussenhandelaar, als de tussenhandelaar een BTW-identificatienummer heeft in een andere EU-lidstaat, dan de lidstaat van aanvang van het vervoer;
  2. De intracommunautaire levering vindt plaats door die tussenhandelaar, als de tussenhandelaar een BTW-identificatienummer heeft in dezelfde EU-lidstaat, als de lidstaat van aanvang van het vervoer.

De eerste mogelijkheid is de hoofdregel; de tweede mogelijkheid gaat voor op de hoofdregel als de tussenhandelaar aan zijn leverancier een BTW-identificatienummer verstrekt, dat aan hem is verstrekt door de EU-lidstaat van waaruit het vervoer of de verzending vertrekt.

Als het intracommunautaire vervoer van de goederen kan worden toegerekend aan de levering aan de tussenhandelaar (→ mogelijkheid 1), dan verricht de tussenhandelaar een intracommunautaire verwerving in het land waar het vervoer eindigt.

Als het intracommunautaire vervoer van de goederen kan worden toegerekend aan de levering door de tussenhandelaar (→ mogelijkheid 2), dan verricht de tussenhandelaar een intracommunautaire levering in het land waar het vervoer aanvangt.

Doordat in de gehele EU het intracommunautaire vervoer van de goederen aan dezelfde schakel in de keten zal worden toegerekend, wordt in alle EU-lidstaten dezelfde levering als intracommunautair aangemerkt. Als gevolg daarvan worden ook alle andere transacties in de keten door de betrokken EU-lidstaten op gelijke wijze in de heffing betrokken als binnenlandse leveringen in het land van aanvang van het intracommunautaire vervoer, ofwel in het land van aankomst van het betreffende goederenvervoer.

Conclusie

Ondernemers die te maken hebben met intracommunautaire transacties, moeten hun dossiervorming vóór 1 januari 2020 aanpassen aan de quick fixes. Desgewenst kunnen wij in een vroegtijdig stadium worden betrokken bij de advisering van uw cliënten hierover.

    Auteur

    Vilsteren_van_Carola_foto.nieuw.jpg

    mr. Carola van Vilsteren

    Van Vilsteren BTW advies
    Heelsum
    Specialisme(n): BTW
    Profiel
    Neem contact op voor een gratis consult
    Fiscaalconsult

    Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

    Fiscaalconsult
    Kanaalpark 157
    2321 JW Leiden

    Volg ons op

     
    Fiscaal nieuws ontvangen?

    Fiscaal nieuws ontvangen?

    Ja, stuur mij de nieuwsbrief met fiscale updates en ontwikkelingen. Gegevensverwerking en verzending overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

    Controleer nu uw mailbox

    U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

    Fiscaalconsult © 2019. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

    Ready for Online Business
    1
    0
    1