Overgang van eenmanszaak naar BV-structuur met opvolger kan belastingvrij

Twee oplossingen zonder heffing van inkomsten-, vennootschaps- en overdrachtsbelasting
Vader heeft een eenmanszaak die hij uiteindelijk geheel aan zijn bedrijfsopvolger, zijn zoon, wenst over te dragen. De eerste stap is de omzetting in een BV-structuur met 2 personal holdings en een werk-BV. In de onderneming zit een bedrijfspand met overwaarde en goodwill. Welke stappen zijn aan te bevelen om de bedrijfsopvolging en herstructurering in BV-vorm belastingvrij te laten verlopen?
3 mrt 2020 Laatst gewijzigd: 9 mei 2020 Kennis mr. drs. Michiel Opgenoort

 

De omzetting in een BV-structuur zonder belastingheffing

Een goede voorbereiding van de bedrijfsopvolging is een ‘must’ om de continuïteit van de onderneming veilig te stellen. Bij een eenmanszaak is het vaak niet gewenst om de onderneming ineens over te dragen. In plaats daarvan wordt vaak als tussenfase eerst de helft daarvan aan de opvolger overgedragen. Dit kan relatief eenvoudig en belastingvrij door het aangaan van een vennootschap onder firma. Vaak is het uit ‘aansprakelijkheidsoverwegingen’ niet langer gewenst dat de onderneming in privé wordt voortgezet. Het ligt dan voor de hand om een BV-structuur op te zetten. Om de latere overdracht van de andere helft van de onderneming belastingvrij te laten verlopen, kan vaak het beste worden gekozen voor de oplossing om zowel voor de overdrager als de opvolger in kwestie een personal holding op te richten. De vraag is nu op welke wijze de BV-structuur het beste kan worden gerealiseerd. Een goede tijdige planning voorkomt daarbij heffing van inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en overdrachtsbelasting. Hierna wordt op basis van een praktijkcasus twee mogelijke oplossingen beschreven en vergeleken.

De praktijkcasus

Vader (senior) is 60 jaar en drijft een eenmanszaak. Zijn zoon (junior) is 30 jaar. Junior is de beoogde bedrijfsopvolger en reeds drie jaar bij senior in loondienst. Eigendom van senior is het bedrijfspand (huidige waarde € 300.000, boekwaarde € 150.000), hetgeen op de fiscale balans staat geactiveerd. Junior en senior hebben aangeven, dat zij uit aansprakelijkheids-overwegingen de onderneming in BV-vorm wensen te continueren. In overleg met de fiscus is de goodwill van de onderneming vastgesteld op € 50.000. Overige stille reserves zijn er niet. De totale waarde van de onderneming bedraagt € 800.000, inclusief het bedrijfspand en de goodwill. De vraag is op welke wijze de bedrijfsopvolging in fiscale zin het beste kan worden geregeld. Uitgewerkt en vergeleken wordt oplossing 1 en de alternatieve oplossing 2.

Oplossing 1

Stap A: aangaan van vennootschap onder firma

De meest voor de hand liggende oplossing is dat senior allereerst een vennootschap onder firma aangaat met junior, waarbij ieder voor de helft wordt gerechtigd in de winst. Senior brengt dan naast arbeid en vlijt tevens zijn eenmanszaak in. Voor de inkomstenbelasting wordt dit gezien als een overdracht van de helft van de onderneming aan junior, hetgeen voor senior een gedeeltelijke staking inhoudt. Uitgangspunt hierbij is dat junior hiervoor aan senior een zakelijke koopsom betaalt die in casu kan worden vastgesteld op € 400.000 (€ 800.000 / 2). Als hoofdregel geldt dan dat senior over de overdrachtswinst ad totaal € 100.000 [(€ 150.000 + € 50.000) / 2] inkomstenbelasting verschuldigd is tegen het progressieve tarief, tenzij daarvoor een aftrekbare lijfrente wordt bedongen (conform art. 3.129 Wet IB en het geldend maximum). Deze lijfrente kan worden bedongen bij een verzekeringsmaatschappij, hetgeen een probleem is als voor de afstorting van de premie geen liquiditeiten aanwezig zijn. In plaats van een lijfrente kan ook worden gekozen voor een bankspaarproduct (conform art. 3.126a Wet IB), maar ook daarvoor moeten uiteraard liquiditeiten worden afgestort. In casu kan desgewenst de lijfrente ook worden bedongen van junior, mede als tegenprestatie voor de overgenomen helft van de onderneming. In verband met het ‘lang-levenrisico’ van senior (en zijn echtgenote) is dit echter meestal niet aan te bevelen.

Maatregelen ter voorkoming van inkomstenbelasting

Inkomstenbelastingheffing kan echter gemakkelijk worden voorkomen door gebruik te maken van de geruisloze doorschuiffaciliteit naar ondernemers (conform art. 3.63 Wet IB). In dit geval zal aan de voorwaarden die hiervoor worden gesteld zijn voldaan, aangezien junior meer dan drie jaar werkzaam is in de eenmanszaak van senior. Wanneer op deze faciliteit een beroep wordt gedaan, dan wordt senior niet geacht te staken en bouwt junior voor wat betreft de fiscale winstberekening voort op de fiscale boekwaarden van senior. Aangezien junior fiscaal dan minder kan afschrijven, hetgeen dus een nadeel voor hem is, wordt hij hiervoor gecompenseerd doordat een latente belastingclaim op de koopsom in mindering wordt gebracht.

Dit betekent dat, dat de koopsom ad € 400.000 met een latente belastingclaim voor het pand (stel 20%) en de goodwill (stel 40%) wordt verminderd. De belastingclaim voor het pand komt dan uit op € 15.000 [20% x (€ 150.000 / 2)] en voor de goodwill op € 20.000 [40% x (€ 100.000 / 2)]. De totale vermindering wegens latente belastingclaim bedraagt dan € 35.000, zodat de koopsom uitkomt op € 365.000 (€ 400.000 -/- € 35.000). Een lagere koopsom betekent tevens dat het gemakkelijker wordt hiervoor een financiering bij een bank aan te vragen.

Maatregelen ter voorkoming van overdrachtsbelasting

Door het aangaan van de vennootschap onder firma verkrijgt junior de helft van het pand. Wanneer de overdracht middels een notariële akte van levering wordt geëffectueerd, zal junior hiervan het juridische eigendom verkrijgen; anders verkrijgt hij slechts de economische eigendom. Voor de overdrachtsbelasting kan een beroep worden gedaan op de vrijstelling die geldt voor verkrijgingen door bepaalde familieleden (conform art. 15 lid 1b WBR).

Stap B: inbreng firma in BV-structuur

Na het aangaan van de vennootschap onder firma kan de inbreng van de firma in de personal holdings (BV’s) van senior en junior tot stand worden gebracht. Uitgangspunt is dat voor de inkomstenbelasting gebruik is gemaakt van de geruisloze doorschuiffaciliteit (conform art. 3.63 Wet IB). Voor junior geldt dan een ‘voortzettingsvereiste’ voor het verkregen firma-aandeel.

Senior kan kiezen tussen een geruisloze dan wel een ruisende inbreng in ‘zijn’ BV. Bij een ruisende inbreng zal hij in beginsel dienen af te rekenen over de hiermee behaalde overdrachtswinst (ad € 100.000). Junior kan beter niet kiezen voor een ruisende inbreng vanwege het hiervoor genoemde ‘voortzettingsvereiste’.

Maatregelen ter voorkoming van inkomstenbelasting
Senior kan voor de behaalde overdrachtswinst (ad € 100.000) een lijfrente bedingen van ‘zijn’ BV, zodat per saldo daarover geen inkomstenbelasting verschuldigd is (conform art. 3.129 Wet IB en het geldend maximum). Het liquiditeitsnadeel van afstorting als premie voor lijfrente of voor een bankspaarproduct wordt hiermee ondervangen. Ruisende inbreng is voor hem fiscaal voordelig, omdat daarmee de afschrijvingsgrondslag over de vaste activa met € 100.000 wordt verhoogd; tevens wordt de lijfrenteverplichting jaarlijks met een rentefactor opgehoogd ten laste van de fiscale winst. Dit vermindert de jaarlijkse vennootschapsbelastingdruk.

Voor junior geldt echter het ‘voortzettingsvereiste’ in verband met de geruisloze overname.

Gesteld kan worden dat niet aan dit vereiste wordt voldaan, indien junior onmiddellijk in samenhang met deze doorschuiving zijn firma-aandeel aan een eigen BV overdraagt. De oplossing voor junior is dan om zijn firma-aandeel geruisloos in ‘zijn’ BV in te brengen, waardoor de geruisloze doorschuiffaciliteit voor ondernemers voor hem in stand blijft. Dit is ook conform het Besluit van 30 juni 2010, Stcrt. 2010, nr. DGB 2010/3599M.

Maatregelen ter voorkoming van overdrachtsbelasting

Ten aanzien van de inbreng van het pand in de personal holdings geldt een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Wel dient men daarbij bepaalde voorwaarden in acht te nemen. Zo zal de inbreng van de activa en passiva voor tenminste 90% moeten geschieden tegen toekenning van aandelen, hetgeen een crediteringsmaximum van 10% inhoudt (conform art. 15 lid 1, e sub 2 WBR juncto art. 5 UBT Rechtsverkeer). In plaats van het crediteringsmaximum van 10% mag op grond van het Besluit van 25 mei 2018, Stcrt. 2018, 30213, nr. 2018-50125, ook gekozen worden om wegens realisatie van de overdrachtswinst een lijfrente te bedingen. De eerdere toegepaste vrijstelling bij het aangaan van de firma komt daarbij in principe niet in gevaar (conform art. 15 lid 1, h WBR juncto art. 5a lid 6 en 5b UBT WBR).

Stap C: ‘doorzakking’ firma vanuit de personal holdings in de werk-BV

De laatste stap ter realisering van de BV-structuur is de overdracht van het firmavermogen vanuit de personal holdings aan de werk-BV. De personal holding van senior zal daarvoor met achterlating van de lijfrenteverplichting de onderneming overdragen aan de werk-BV tegen uitreiking van gewone aandelen (conform Besluit van 3 juni 2014, Stcrt. 2014, 16111, nr. BLKB2014/816). Vennootschapsbelasting is dan niet verschuldigd, want er wordt geen overdrachtswinst gerealiseerd. Deze realisatie heeft immers al plaatsgevonden bij de inbreng van het firma-aandeel in de personal holding van senior.

Maatregelen ter voorkoming van inkomstenbelasting

Bij de holding van junior zal de overdracht van de onderneming geruisloos met toepassing van de bedrijfsfusiefaciliteit aan de werk-BV kunnen plaatsvinden (conform art. 14 Wet Vpb en Besluit 12 augustus 2015, Stcrt. 2015, nr. BLKB2015/520M. Hierdoor vindt er geen vennootschapsbelastingheffing (alsmede inkomstenbelastingheffing) plaats over de meerwaarde van de onderneming. De werk-BV zet de fiscale boekwaarden van de personal holding/junior voort.

Maatregelen ter voorkoming van overdrachtsbelasting

Met de onderneming is nu tevens het pand eigendom geworden van de werk-BV. Door een beroep op de bedrijfsfusiefaciliteit kan hiervoor een vrijstelling van overdrachtsbelasting worden verkregen (conform art. 15 lid 1, h WBR juncto art. 5a UBT Rechtsverkeer).

Eindsituatie oplossing I

De eindsituatie die nu is ontstaan is niet echt optimaal. Uiteindelijk is de gewenste BV-structuur wel belastingvrij tot stand gekomen. Zowel junior als senior zijn ieder voor 100% eigenaar van een personal holding die tezamen de aandelen van de werk-BV houden. Nadelen van deze vorm van herstructurering zijn:

  1. Als gevolg van de diverse voorwaarden waaraan moet worden voldaan, hebben de beide personal holdings geen gelijk aantal aandelen in de werk-BV, hetgeen wel gewenst is. Soms kan dit probleem praktisch worden opgelost doordat vanuit de ene personal holding meer liquiditeiten worden ingebracht dan vanuit de andere personal holding. Andere oplossingen zijn ook denkbaar, zoals het creëren van verschillende soorten aandelenkapitaal;
  2. In de werk-BV is het pand en de goodwill uiteindelijk voor de helft fiscaal geherwaardeerd. Voor de andere helft wordt de goodwill niet geactiveerd en de oorspronkelijke fiscale boekwaarde gecontinueerd. Deze ‘oneffenheid’ kan worden rechtgezet door zowel junior als senior hun firma-aandeel geruisloos in de personal holding te laten inbrengen, waarna ‘doorzakking’ in de werk-BV plaatsvindt; alsdan kan niet helaas meer worden geprofiteerd van een verhoogde afschrijvingsgrondslag voor pand en goodwill. T.a.v. het pand is dit nadeel overigens beperkt, aangezien niet verder kan worden afgeschreven dan tot de WOZ-waarde (art. 8 lid 6 Wet Vpb).

 

Gezocht is naar een alternatieve oplossing gezocht die tot dezelfde BV-structuur leidt, maar eenvoudiger is en fiscaal optimaler.

Alternatieve oplossing 2

De alternatieve oplossing houdt het volgende in.

Stap 1: Senior draagt zijn onderneming ter waarde van € 800.000 ruisend over aan zijn personal holding. Voor de overdrachtswinst ad € 200.000 bedingt hij een lijfrente van de personal holding, zodat hij daarover fiscaal niet hoeft af te rekenen (conform art. 3.129 Wet IB en het geldend maximum). Hierdoor wordt het pand en de goodwill voor de werkelijke waarde op de fiscale balans geactiveerd hetgeen de afschrijvingsgrondslag met € 200.000 verhoogt. Voor de overdrachtsbelasting wordt gebruik gemaakt van de vrijstelling die geldt bij inbreng (conform art. 15 lid 1, e sub 2 WBR).

Stap 2: De personal holding draagt vervolgens de onderneming met achterlating van de lijfrenteverplichting over aan de werk-BV tegen uitreiking van aandelen (conform Besluit van 3 juni 2014, Stcrt. 2014, 16111, nr. BLKB2014/816). Door een beroep op de bedrijfsfusiefaciliteit is tevens geen overdrachtsbelasting verschuldigd (conform art. 15 lid 1, h WBR juncto art. 5a UBT Rechtsverkeer).

Stap 3: Junior richt een personal holding op; het aandelenkapitaal (ad € 1) wordt volgestort in contanten.

Stap 4: De werk-BV emitteert vervolgens € 800.000 aan aandelenkapitaal aan de personal holding van junior. Hierdoor bezitten de beide holdings ieder € 800.000 aan ‘gewoon’ aandelenkapitaal. In beginsel vergt dit voor (de personal holding van) junior een hogere investering dan in oplossing 1 weergeven. Dit kan worden opgelost door van het geëmitteerde aandelenkapitaal een lager bedrag (bijvoorbeeld € 100.000) te laten volstorten.

Voor de lijfrenteverplichting levert dit geen problemen op, omdat deze handelswijze door de staatssecretaris expliciet als een reëel geval is bestempeld, zodat de lijfrente-aftrek volledig in stand blijft (conform Besluit van 3 juni 2014, Stcrt. 2014, 16111, nr. BLKB2014/816). Overdrachtsbelasting is ook niet verschuldigd, omdat de aandelen die de personal holding van senior bij de bedrijfsfusie heeft verkregen niet worden vervreemd (conform art. 5a UBT Rechtsverkeer is alsnog overdrachtsbelasting verschuldigd wanneer de bij de bedrijfsfusie verkregen aandelen binnen 3 jaar worden vervreemd).

Conclusie

Hiervoor zijn twee mogelijke oplossingen beschreven om de overgang van een eenmanszaak naar de beoogde BV-structuur met de opvolger belastingvrij te laten verlopen. Bij beide oplossingen kan de structuur zonder heffing van inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en overdrachtsbelasting verlopen.

De beschreven alternatieve oplossing 2 is vaak eenvoudiger te realiseren, zeker als een gelijke aandelenverdeling in de werk-BV tussen de personal holdings gewenst is. In casu is de alternatieve oplossing 2 fiscaal iets voordeliger, aangezien in de werk-B.V. de fiscale boekwaarde van het pand en de goodwill een stuk hoger uitvalt (€ 200.000 in plaats van € 100.000). Daarnaast is de lijfrenteverplichting in de BV van senior hoger, hetgeen tot een jaarlijkse oprenting leidt ten laste van de fiscale winst. Dit leidt jaarlijks tot een (kleine) besparing van vennootschapsbelasting.

Tot slot

Voor beide oplossingen geldt, dat de aandelen in de werk-BV na de driejaarstermijn vrij van overdrachtsbelasting en vennootschapsbelasting kunnen worden overgedragen aan de BV van junior. Hierdoor heeft junior uiteindelijk het gehele belang in de onderneming van senior belastingvrij verkregen. 

Oplossing 2 is wel minder geschikt wanneer senior gebruik wenst te maken van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet. Met toepassing van deze faciliteit kan de onderneming (tot een waarde van circa € 1,1 miljoen) vrij van schenkbelasting aan een derde worden overdragen (conform art. 35b Successiewet) . De keuze voor oplossing 1 ligt dan uit oogpunt van besparing van successie-/schenkingsrechten in de toekomst meer voor de hand.

Wilt u vrijblijvend sparren over een oplossingsrichting voor uw cliënt, neem dan gerust contact met mij op.

Auteur

Opgenoort_Michiel_foto.jpg

mr. drs. Michiel Opgenoort

Fiscaalconsult / Opgenoort Belastingadvies
Leiden
Specialisme(n): Bedrijfsopvolging, rechtsvormkeuze, onroerende zaken, geschillen met Belastingdienst
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Volg ons op

 
Fiscaal nieuws ontvangen?

Fiscaal nieuws ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief met fiscale updates en ontwikkelingen. Gegevensverwerking en verzending overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu uw mailbox

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

Fiscaalconsult © 2019. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Ready for Online Business
1
0
1