Bepaal bij overlijden partner fiscaal de optimale rente over de niet-opeisbare vordering kinderen

Bespaar erfbelasting en betrek daarbij ook het overlijden later van de langstlevende
Wel of geen rente over de niet-opeisbare vordering van de kinderen/erfgenamen maakt voor de erfbelasting nu of later het verschil. Maar pas op want een (te) hoge rente kan zich tegen u keren en wat bij een eerste overlijden het meest gunstig lijkt voor de erfbelasting kan juist later negatief uitpakken.
14 sep 2020 Laatst gewijzigd: 19 sep 2020 Kennis mr. Nicole Goud

De rente over niet-opeisbare vordering van de kinderen 

Rentebepalingen hebben van oudsher een plaats in testamenten als estateplannings instrument, waarbij we steeds te maken hebben met rentefluctuaties. Zo varieerde de rente op een niet-opeisbare vordering van de kinderen op de langstlevende partner van een enkelvoudige rente van bijvoorbeeld de discontorente van De Nederlandsche Bank tot 6% samengestelde rente.  

Sinds 2010 kent de Successiewet als maximale toelaatbare rente op dergelijke vorderingen een 6% samengestelde rente. Het resultaat van dit alles is dat na een overlijden bij bestaande testamenten goed onderzocht moet worden wat de effecten zijn voor de uiteindelijke verschuldigde erf- of (fictieve) schenkbelasting; dit, zowel na het overlijden van de eerste als bij het overlijden van de langstlevende partner. 

In dit kader is het van belang om te weten dat in de meeste gevallen de mogelijkheid bestaat dat erfgenamen afwijkende renteafspraken maken. Dit moet wel binnen de fiscaal toelaatbare grenzen en moet bovendien notarieel in een overeenkomst worden vastgelegd.  

Welke keuze voor een rente is (fiscaal) optimaal? 

Elke keuze voor een rente heeft zowel bij het eerste als bij het tweede overlijden verschillende gevolgen. Zo is het effect van het hanteren van 0% rente dat bij het eerste overlijden de verschuldigde erfbelasting berekend wordt rekening houdend met fictief vruchtgebruik. Dit gebeurt aan de hand van de leeftijd van de langstlevende echtgenoot/erfgenaam (vermenigvuldigingsfactor) en de vruchtgebruiksfactor van 6%. Voor de erfbelasting wordt dat wat de langstlevende erft hiermee verhoogd en de erfdelen van de kinderen worden hiermee verlaagd. Onder meer vanwege de hoge partnervrijstelling in de Successiewet valt hierdoor de erfbelasting op dat moment veelal lager uit. Gevolg hiervan is dat de vorderingen tijdens het leven van de langstlevende niet worden opgerent, waardoor bij het tweede overlijden juist weer méér erfbelasting verschuldigd kan zijn.  

Bij het hanteren van een 6% samengestelde rente wordt bij het eerste overlijden de verschuldigde erfbelasting berekend over de volle verkrijging. Daar staat tegenover dat de vorderingen van de kinderen door de jaarlijkse rentebijschrijving hoger worden en er zich daardoor bij het tweede overlijden een hogere schuld in de nalatenschap van de langstlevende bevindt. Met andere woorden: de erfgenamen krijgen vaak te maken met de keuze: minder erfbelasting nu of minder erfbelasting later. 

Bij de keuze voor een hogere rente past ook een waarschuwing voor de toekomst. Omdat een hoge rente de nalatenschap van de langstlevende uitholt, kan dit - vooral bij jonge langstlevende partners - de erfenis voor een mogelijke nieuwe partner in de weg staan. Als vervolgens de tweede partner als langstlevende overlijdt - met wederom een hoge rente over de nalatenschap - kunnen zelfs kinderen van deze nieuwe partner na diens overlijden hiermee geconfronteerd worden.  

Termijn rente-afspraken  

De rente moet worden overeengekomen binnen de aangiftetermijn voor de erfbelasting van acht maanden na overlijden (eventueel verlengd met het verleende uitstel).Wanneer de rente wordt vastgesteld buiten de genoemde periode of zonder dat een testament hiertoe de bevoegdheid geeft, wordt de renteovereenkomst als schenking aangemerkt; hierover is  schenkbelasting verschuldigd.  

Maximum rente: 6% samengesteld 

Bij het overlijden van de langstlevende ouder, wordt met de renteafspraak voor de erfbelasting slechts rekening gehouden voor zover de rente niet hoger is dan 6% samengesteld. Bij een hogere rente wordt het surplus boven die 6% samengesteld bij het overlijden van de langstlevende/de schuldenaar als fictieve erfrechtelijke verkrijging aangemerkt. Uiteraard drukt deze schuld civielrechtelijk wel op de nalatenschap. 

Waarschuwing bij eerder aflossen 

De keuze die over de rente wordt gemaakt, kan ook nog fiscale consequenties hebben op het moment dat de langstlevende besluit om tijdens leven de niet-opeisbare erfdelen van de kinderen alvast geheel of gedeeltelijk uit te keren. Als uitgegaan is van een rente die lager is dan 6% samengesteld bestaat een grote kans dat over een deel van het uitgekeerde bedrag schenkbelasting verschuldigd is.  

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Nico van Scheijndel, mede-eigenaar van Akto B.V. 

Mocht u hierover vragen hebben of een berekening willen ontvangen neemt u dan gerust contact met mij op. 

Auteur

Goud_Nicole_foto.MC.jpeg

mr. Nicole Goud

Akto B.V.
Rotterdam
Specialisme(n): erfbelasting, schenkbelasting, erfrecht, huwelijksvermogensrecht, testament, afwikkeling nalatenschap, levenstestament, estate planning
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult
Fiscaalconsult

Fiscaalconsult is het kenniscentrum en online adviesplatform voor financiële of juridische dienstverleners, als ook controllers van ondernemingen die op zoek zijn naar fiscale expertise.

Fiscaalconsult
Kanaalpark 157
2321 JW Leiden

Volg ons op

 
Fiscaal nieuws ontvangen?

Fiscaal nieuws ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief met fiscale updates en ontwikkelingen. Gegevensverwerking en verzending overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). U ontvangt maximaal 1 nieuwsbrief per week.

Controleer nu uw mailbox

U ontvangt een bericht met instructies om uw e-mailadres te bevestigen.

Fiscaalconsult © 2019. Alle rechten voorbehouden. Privacybeleid en disclaimer

Ready for Online Business
1
0
1