Samengestelde gezinnen; het belang van huwelijksvoorwaarden en testamenten

En hoe de fiscaliteit roet in het eten kan gooien …..
Het probleem van niet meer passende huwelijksvoorwaarden en testamenten wordt pas echt duidelijk als tussentijds de fiscale wetgeving is gewijzigd. De langstlevende dacht in deze case alles geregeld te hebben voor eigen kinderen én haar stiefkinderen. Hoe anders bleek de werkelijkheid.
14 mrt 2019 Laatst gewijzigd: 31 mrt 2019 Kennis Kirsten Kievit LL.M

Huwelijksvoorwaarden, of toch niet?

Samengestelde gezinnen komen steeds vaker voor tegenwoordig. Maar ook in de vorige eeuw was het geen onbekend fenomeen. In dit geval is meneer (vader van twee kinderen) in de jaren ‘90 van de vorige eeuw hertrouwd met mevrouw (moeder van twee kinderen) onder het maken van huwelijksvoorwaarden waarbij de basis bestaat uit koude uitsluiting. Daarbij is overigens geen aanbrenglijst toegevoegd waaruit blijkt wat ieder al bezit op dat moment. Meneer is ten tijde van het trouwen al de trotse bezitter van een BV met beleggingsvermogen. Samen hebben meneer en mevrouw tijdens het huwelijk de nodige tijd in de vennootschap gestopt om het aanwezige vermogen nog verder te laten groeien.

Gaandeweg komen meneer en mevrouw tot de conclusie dat de huwelijksvoorwaarden eigenlijk een papieren tijger zijn. Ze leven er niet naar en alles gaat eigenlijk in een gezamenlijke pot van waaruit alle uitgaven worden gedaan. Het aanpassen van de huwelijksvoorwaarden naar de werkelijke wensen van meneer en mevrouw blijft echter achterwege.

Testament, goed verzorgd?

Het testament van meneer heeft een tweezijdige insteek: aan de ene kant wil hij dat mevrouw verzorgd achterblijft, aan de andere kant wil hij ook dat zijn vermogen uiteindelijk aan zijn kinderen toekomt. Bij zijn overlijden in 2006 gaan weliswaar alle bezittingen en schulden naar mevrouw, maar daar staat een hele grote schuld aan de kinderen van meneer tegenover.

Het vermogen dat in de BV zit is op dat moment ongeveer gelijk aan de vorderingen van de kinderen van meneer. In 2006 kan de BV fiscaal nog worden doorgeschoven naar mevrouw zonder dat er hoeft te worden afgerekend in de inkomstenbelasting, dus er was toen nog geen reden voor fiscale zorgen. Mevrouw leeft verder met de gedachte dat als ze het vermogen in de BV in stand houdt, dat ze dan het overige vermogen kan gebruiken om van te leven. Zo gezegd, zo gedaan …

Roet in het eten bij overlijden langstlevende

In 2018 komt mevrouw te overlijden. En dan komt de fiscaliteit hard om de hoek kijken. Het eigen vermogen van de BV komt in hoogte nog steeds (ongeveer) overeen met de hoogte van de vorderingen van de kinderen van meneer. Twee complicaties gooien hier echter roet in het eten.

In de BV zit een ruime pensioenverplichting van waaruit mevrouw nog een uitkering heeft genoten. De volledige pensioenverplichting valt bij haar overlijden vrij en leidt tot een fikse post verschuldigde vennootschapsbelasting. Daarnaast is al in 2010 de wetgeving in de inkomstenbelasting gewijzigd; de aandelen in een beleggingsvennootschap kunnen niet meer zonder afrekening worden doorgeschoven naar de erfgenamen. Er volgt dus ook nog een forse aanslag inkomstenbelasting over de fictieve aanmerkelijk belangwinst. Omdat er inmiddels geen ander vermogen meer is, moet het geld voor deze aanslag inkomstenbelasting uit de BV komen. Het vermogen in de BV is daardoor niet meer toereikend om de vorderingen van de kinderen van meneer af te kunnen dekken. De nalatenschap van mevrouw wordt daarmee negatief.

Gelukkig hebben de kinderen van mevrouw de nalatenschap beneficiair aanvaard waardoor zij niet met het eigen vermogen aansprakelijk zijn voor de vorderingen van de kinderen van meneer. De schade zou niet te overzien zijn geweest als de kinderen zuiver hadden aanvaard. Dan zouden de kinderen van mevrouw immers uit eigen zak de schulden aan de kinderen van meneer hebben moeten betalen.

Tenslotte: de rol van de fiscalist vóór het overlijden

Dat bij het overlijden de fiscalist een rol heeft, moge duidelijk zijn. Wat mensen alleen nog wel eens vergeten is dat een tussentijdse beoordeling door de fiscalist ook niet mag ontbreken. In deze casus was het oordeel van een fiscalist niet alleen in 2010 van groot belang geweest, omdat mevrouw op dat moment nog had kunnen sturen in de wijze waarop ze haar vermogen besteedde. Ook al eerder, namelijk bij het niet naleven van de huwelijksvoorwaarden en de gevolgen hiervan voor de opgestelde testamenten had een fiscaal oordeel niet mogen ontbreken.

Vergeet dus niet het volledige levenspad van uw cliënt te inventariseren voordat u adviseert. Loopt u hierbij tegen vragen aan waar u zelf het antwoord niet op weet? Neem dan vrijblijvend contact op voor een eerste fiscale beoordeling van de situatie.

Auteur

Kievit_Kirsten_foto.png

Kirsten Kievit LL.M

Lex Cura
's-Gravenhage
Specialisme(n): Echtscheiding, erfrecht en huwelijksvermogensrecht, bedrijfsopvolging, inkomstenbelasting, overdrachtsbelasting, schenk- en erfbelasting
Profiel
Neem contact op voor een gratis consult